Dit artikel is geschreven door de redactie van Slotoffensief.nl
Hij is 51 jaar, geboren en getogen in Leeuwarden, en woont er nog steeds. Overdag staat hij als gymleraar voor de klas in het voortgezet onderwijs, maar in zijn hart is hij altijd trainer geweest. Erik Katje, partner van Jildau, fervent reiziger, padeller, golfsurfer en lezer die voetbal ademt. Als speler droeg hij de shirts van L.A.C. Frisia 1883, Nicator, VV Stiens, Rood Geel en SC Berlikum, maar zijn echte passie vond hij langs de lijn. Tijdens zijn ALO-opleiding haalde hij zijn eerste trainersdiploma, waarna hij bij VV Stiens A1 zijn loopbaan als trainer begon. Sindsdien is hij onafgebroken actief geweest in het Friese amateurvoetbal, inmiddels al zeventien seizoenen als hoofdtrainer.
We spraken Erik over zijn loopbaan, zijn inspiratiebronnen en zijn visie op het spel dat al zijn hele leven een rode draad vormt.
“Voetbal is voor mij één van de belangrijkste bijzaken in het leven,” begint Katje. “Het is m’n hobby, het maakt deel uit van m’n sociale leven en het geeft me energie en plezier. Veel mensen die ik ken, heb ik leren kennen dankzij de voetballerij. Door het voetbal heb ik ook in het buitenland kunnen rondkijken en ervaringen opgedaan die ik m’n leven lang niet meer vergeet.” Het klinkt nuchter, maar wie hem kent weet: dit is een man voor wie voetbal geen tijdverdrijf is, maar een manier van leven. Het is waar vriendschappen ontstaan, waar discipline en humor samenkomen, en waar hij zijn karakter heeft gevormd.
“Mijn opa was trainer, mijn vader Piet Katje was trainer, mijn oom en vaders van vriendjes van vroeger waren trainer.”
Katje groeide op in een familie waarin het trainersvak bijna erfelijk leek. “Mijn opa was trainer, mijn vader Piet Katje was trainer, mijn oom en vaders van vriendjes van vroeger waren trainer,” vertelt hij. “Ik was dus altijd omringd door trainers.” Tijdens zijn ALO-opleiding kreeg hij de kans om een trainers- en coachopleiding te volgen. “Onder leiding van onder anderen Henk Veldmate stond ik met een groep fanatieke gasten op het veld. Kijkend en luisterend naar mijn vader dacht ik: misschien kan ik dat ook…” Die gedachte bleek het startschot voor een loopbaan die inmiddels bijna drie decennia omspant. De invloed van zijn vader is nog altijd merkbaar. “De eerste die me beïnvloed heeft, is m’n vader. En nog steeds heeft hij invloed op me. We praten nog vaak over het spelletje. Zijn stijl, manier van communiceren en fanatisme hebben me gevormd. Hij was tactisch sterk en zijn trainingen waren pittig, maar altijd met plezier.”
“Kan het niet mooi? Dan doen ze het daar lachend spuuglelijk.”
Naast zijn vader noemt Katje ook jeugdtrainers die hem gevormd hebben. “Eddie van Schaik en Wim van der Wal bij L.A.C. Frisia 1883 hebben me veel geleerd, Eddie op technisch gebied in de jongere jeugd, Wim op tactisch vlak in de oudere jeugd.” En uit de profwereld? Daar kijkt hij graag naar Diego Simeone. “Ik houd van zijn pragmatische manier van voetballen. Kan het mooi? Dan doet Atlético Madrid dat. Kan het niet mooi? Dan doen ze het daar lachend spuuglelijk. Winnen is daar alles.”

“Na zelf voetballen vind ik coachen het mooiste om te doen. Je bent buiten, werkt met jonge gasten die gemotiveerd zijn en bouwt iets op.”
Zeventien seizoenen als hoofdtrainer is een prestatie op zich. Katje weet precies waarom hij het al die jaren met zoveel plezier doet. “Ik heb gewoon altijd veel plezier als ik bezig ben met het spelletje. Na zelf voetballen vind ik coachen het mooiste om te doen. Je bent buiten, werkt met jonge gasten die gemotiveerd zijn en bouwt iets op. De mensen om je heen geven (meestal) energie.” Wat hem vooral opvalt, is hoe het vak veranderd is. “Er wordt nu meer van je gevraagd op het gebied van people management. Spelers hadden altijd al een mening, maar willen nu meedenken en overtuigd worden. Vroeger stond je vaak alleen voor de groep, tegenwoordig heb je specialisten om je heen: conditietrainers, looptrainers, noem maar op.”
Katje werkte negen seizoenen bij VV Dronrijp, een zeldzaamheid in het amateurvoetbal. “Soms kom je ergens te werken en vallen de puzzelstukjes gewoon in elkaar. We begonnen in de vijfde klasse en waren meteen succesvol. Er kwamen jonge jongens door, het doorselecteren ging soepel, en persoonlijk klikte het met iedereen: spelers, bestuur, publiek. Een gemoedelijke club met ambities op maat.” De herinneringen blijven hem bij. “Promoties zijn altijd mooi. Zelfs de degradatie uit de tweede klasse was memorabel,” lacht hij. “Die wedstrijd tegen GAVC thuis, er was een wolkbreuk, vuurwerkincident, en een ploeg die tot het laatste moment vocht. En het trainingskamp in Valencia… ik geloof dat ik nog nooit zo heb gelachen.”
“Ik vind FC Harlingen een echte voetbalclub. Alles ademt daar voetbal. Ze hebben de zaken goed voor elkaar.”
Na Dronrijp vond Katje een nieuwe uitdaging bij FC Harlingen. “Ik vind FC Harlingen een echte voetbalclub. Alles ademt daar voetbal. Ze hebben de zaken goed voor elkaar. Harlingers zijn recht voor de raap, cynisch, en hebben humor die je moet kunnen handelen. Als het niet goed is, zijn ze kritisch, als het redelijk is ook. Daar houd ik wel van want zo ben ik zelf ook wel.” Toch was de dynamiek anders. “Bij VV Dronrijp kon ik vanaf het begin het proces vormgeven. Bij Harlingen stapte ik in toen er al een route liep. Een route uitzetten of proberen bij te sturen, dat is een groot verschil. Maar bij beide clubs lopen mensen die zich een slag in de rondte werken.” Zijn doel bij Harlingen is helder: “Samen met Matthieu Visser en Bote Teerling willen we van FC Harlingen een voetballende vechtmachine maken. Of een vechtende voetbalmachine, net hoe je wilt. En dan zien we wel of de resultaten volgen.”
Katje noemt zonder moeite een rij namen als hem gevraagd wordt welke spelers onder zijn leiding het meest groeiden. “Bij Zwaagwesteinde zag ik Dennis Schotanus opkomen: technisch goed, tactisch al sterk op z’n achttiende, en een winnaar. Bij Read Swart had ik jongens als Frank Tuinman, Remko Dam en DP Kuipers. Sommigen jongens zijn te vroeg gestopt die zich goed ontwikkelden. Bij Dronrijp kreeg ik Tsjalling Sikma onder m’n hoede, een echte goalgetter.” Dan glimlacht hij. “Maar ik denk dat de groep daarna zich nog het meest ontwikkeld heeft. Henk Jan Sikma, Noa van Gils, Bauke Kamminga, Nicander Roorde… jongens die zich ook in de tweede klasse staande hielden. Maar het is te veel eer om mezelf daarvoor verantwoordelijk te stellen. Bij al die gasten zat er al een goede kop op.
“Resultaat zorgt voor positiviteit. Dat maakt dat ontwikkeling beter tot zijn recht komt.”
De jaren als trainer hebben hem niet alleen sportief, maar ook menselijk gevormd. “Ik heb geleerd dat voetbal niet alleen om winnen gaat. Je werkt met mensen. Niet iedereen is zoals jij bent. Maar ook: iedere speler kan meer dan hij zelf denkt. Als je hard werken kunt koppelen aan plezier, is er veel mogelijk. Op ieder niveau.” Zijn filosofie is eenvoudig maar effectief. “Resultaat zorgt voor positiviteit. Dat maakt dat ontwikkeling beter tot zijn recht komt. Spelers staan meer open voor iets nieuws als het resultaten oplevert.” Over jeugdspelers is hij helder: “Goed genoeg is oud genoeg. Jonge gasten laat ik gefaseerd meetrainen met de selectie. Ze zijn nog een leeg canvas en willen leren, dat maakt het leuk.”
“Misschien ben ik dan onderdeel van een groepje klusjesmannen bij een club. Kleedkamers schoonmaken, kantine onderhouden zodat ik toch nog een beetje betrokken bij voetbal.”
Over de toekomst maakt hij zich niet druk. “Ik heb eigenlijk geen idee waar ik over vijf of tien jaar sta. Ik denk niet dat ik op m’n 61e nog trainer ben. Zeg nooit nooit, maar je moet feeling houden met jonge jongens. Misschien ben ik dan onderdeel van een groepje klusjesmannen bij een club. Kleedkamers schoonmaken, kantine onderhouden zodat ik toch nog een beetje betrokken bij voetbal.” Zijn horizon heeft hij overigens al eens verbreed. “Ik heb tien jaar lang in de Verenigde Staten gewerkt bij voetbalkampen in de Midwest. Klaas de Boer, was daar de eigenaar. Een geweldige tijd, met veel geleerd. Maar als trainer in het noorden zie ik wel wat er nog op m’n pad komt.”
“Voetbal geeft me energie en plezier. En zolang dat zo blijft, blijf ik ermee bezig.”
Wat zou hij jonge trainers willen meegeven? “Ogen open, oren open, mond eerst niet te veel open. Tenzij ze over je heen willen lopen, dan moet je van je afbijten. Hard werken en niet te snel opgeven. Tegenslag is te overwinnen. En heb vooral plezier!” Of hij nu op het veld staat, in de gymzaal of aan zee met zijn surfboard: Erik Katje blijft dezelfde nuchtere Leeuwarder die leeft voor het spel. Hij heeft niet alleen teams beter gemaakt, maar ook mensen om hem heen geraakt met zijn energie, humor en eerlijkheid. “Voetbal geeft me energie en plezier. En zolang dat zo blijft, blijf ik ermee bezig,” zegt hij.
En dat is precies wat hem typeert: een trainer die het spel begrijpt en de mens nooit vergeet.
