We spelen een stuk later dan gepland op een bijveld met kunstgras. “De FC” krijgt de schuld van het latere tijdstip. Het clubhuis is gezellig, het parkeerterrein bommetjevol, de verdere entourage: grijzig en ietwat troosteloos. Er staan zoveel hoge hekken en doelen bij het veld dat we onwillekeurig aan “Escape from Alcatraz” moeten denken. We zijn met zijn zestigen langs de lijn. Er liggen nog restanten sneeuw met kunstgraskorrels.
GRC speelt in Italiaanse sferen. Ouderwets Catenaccio. Helenio Herrera zou tros zijn dat zijn concept tot in 2026 wordt gebezigd. Soms is er een snelle aanval van onze Boys te ontwaren. GRC lijkt het verder aardig onder controle te hebben. Een kleine speldenprik uit een tegenstoot is hier en daar te ontwaren.
We begrijpen een klein half uur lang niet goed waarom de thuisploeg slechts één punt heeft vergaard. Totdat binnen 1 minuut er van alles misgaat. De keeper van de thuisclub komt onbegrijpelijk uitlopen. Dylan profiteert en stelt Jorn in staat om de 1-0 binnen te schuiven. De 2-0 direct na de GRC aftrap, wederom Jorn. Chris is bij beide doelpunten als slimme passer betrokken.
Geen vuiltje aan de lucht dus. Telraam erbij pakken het devies. Het zal anders lopen. In de pauze zien we Merel Conijn een wat matte 3 km afleveren. Kijken onze jongens ook mee in de kleedkamer? De matheid is besmettelijk.
Vlak na rust zijn we nog vrolijk. Een bal van Dylan op de lat kunnen we wel waarderen. Het derde en vierde doelpunt zijn een kwestie van tijd. Nee dus. Terwijl Francesca Lollobrigida haar fijnste drie kilometer ooit uit een hoge hoed tovert raakt GRC begeesterd door hun eigen hoop
Het eerste doelpunt die ze maken is nog wat uit het goedkope supermarktschap. Een penalty uit een handsbal. Aangeschoten hands. Is dat net zoiets als een aangeschoten kroegganger? Laag in de hoek gaat de bal. 1-2. De mouwen worden opgestroopt en iedereen langs de lijn voelt dat er meer staat te gebeuren.
De 2-2 is geen verrassing. Louis Couperus doemt op. Je voelt dat het misgaat en toch kan je er niks aan doen. Het lot is sterker dan welke tegenstribbeling dan ook.
De duister valt in. We sjokken richting auto. Joy Beune weet ons ook al niet op te beuren.
Foto’s: Janice van der Griend
