Al 23 jaar is Marieke Smit een vertrouwd gezicht bij Leeuwarder Zwaluwen. De 29-jarige keepster staat al jarenlang onder de lat bij Leeuwarder Zwaluwen en beleefde vorig seizoen het kampioenschap. Nu, vier maanden na de geboorte van haar dochter, kijkt ze onder andere vooruit naar haar rentree, met dezelfde nuchterheid en passie die haar al sinds haar zesde kenmerken. In huize Smit ging het vroeger niet over óf je bij Leeuwarder Zwaluwen zou voetballen, maar vooral over wanneer je zou beginnen.

De club zit diep in haar familie verankerd. Haar opa, Menno Ganzevoort, inmiddels 93 jaar, voetbalde zijn hele leven bij Leeuwarder Zwaluwen en stond zelfs tot zijn negentigste nog op het trainingsveld. Haar vader is eveneens nauw betrokken bij de vereniging. Het sportpark was daardoor nooit zomaar een plek in de stad, maar een vertrouwde omgeving waar familie, vriendschap en voetbal samenkwamen. “Het kon eigenlijk niet anders,” vertelt Smit nuchter. “Ik ben ermee opgegroeid.”

Op zesjarige leeftijd trok ze voor het eerst haar keepershandschoenen aan. In een jongensteam, samen met een goede vriendin die haar meenam naar de club. “Ik zat bij Judith Brouwer in de groep op de basisschool en die voetbalde hier net. Ik wilde ook wel eens kijken of het wat voor mij was.” Terwijl veel kinderen op die leeftijd verschillende posities uitprobeerden, wist Smit direct waar ze zich het meest thuis voelde.
“Helemaal in die tijd van Lieke Martens zag je een enorme toename in aanmeldingen. Ineens wilden veel meer meisjes voetballen.”
Vanaf de C-junioren startte Leeuwarder Zwaluwen met een meidenteam en kwam Smit terecht in de MC1. In die beginperiode speelden ze echter alleen tegen jongensteams. “Wij verloren in het begin vooral veel hoor, het is wel andere tegenstand dan.” Later begon het team steeds meer wedstrijden te winnen. Het waren jaren waarin het vrouwenvoetbal langzaam maar zeker groeide. “Helemaal in die tijd van Lieke Martens zag je een enorme toename in aanmeldingen. Ineens wilden veel meer meisjes voetballen. Dat was mooi om te zien.”
Een vaste tegenstander in de competitie was altijd Blauw Wit’34. Daar ligt ook haar dieptepunt. “Het werd altijd 0-0, of wij wonnen met 1-0 of verloren met 0-1. Uiteindelijk stonden we allebei bovenaan en de laatste wedstrijd was tegen Blauw Wit’34. Het was of wij of zij en we verloren met 0-1. Zij gingen met de limousine weg, het was bij hen één groot feest. Tranen… die deed wel pijn hoor.”
“De club faciliteert ons echt uitstekend.”
Die ontwikkeling binnen het vrouwenvoetbal is ook zichtbaar bij de club. Het vrouwenteam van Leeuwarder Zwaluwen promoveerde vorig seizoen als kampioen van de tweede klasse naar de eerste klasse en staat daar momenteel keurig in de middenmoot. “We doen het gewoon goed,” zegt Smit trots. “En de club faciliteert ons echt uitstekend.”

Ze benadrukt dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen. “Qua faciliteiten doen ze er alles aan om ons het beste te geven.” Voor uitwedstrijden staan standaard twee busjes klaar. Ook maken de vrouwen gebruik van dezelfde verzorger als het eerste elftal, Harry van Dijk. Het zijn details die laten zien dat het vrouwenvoetbal binnen de vereniging serieus wordt genomen.
“Je ziet zelden dat een vrouw bij vier verschillende clubs heeft gespeeld bijvoorbeeld wat bij de mannen weer heel anders is.”
Smit geeft daarnaast aan dat vrouwen minder snel van club wisselen dan mannen. “Je ziet zelden dat een vrouw bij vier verschillende clubs heeft gespeeld bijvoorbeeld wat bij de mannen weer heel anders is.” Zelf is ze ook haar hele carrière trouw gebleven aan Leeuwarder Zwaluwen.
Toch stond Smit dit seizoen zelf nog niet op het wedstrijdformulier. Vier maanden geleden werd ze moeder van een prachtige dochter. “Ik heb altijd in het eerste in de basis gestaan, tot dit jaar inderdaad.” Haar stem klinkt vastberaden wanneer ze vooruitkijkt. In maart mag ze zoals het nu staat weer aansluiten bij de training. “Ik wil er in de voorbereiding op het nieuwe seizoen weer volledig staan. Eerst weer rustig beginnen en mijn conditie vanaf nul opbouwen.” Tot die tijd blijft Smit vooral betrokken vanaf de zijlijn.
Ze benoemt eerlijk dat het moederschap voor vrouwen in de sport extra uitdagingen met zich meebrengt. “Je bent maanden uit de roulatie en je lichaam moet herstellen. Je begint echt weer opnieuw.” Toch overheerst trots. Ze maakte het kampioenschap bewust mee, al speelde ze nog geen minuut in de eerste klasse.
“Dat is eigenlijk wel een primeur voor jullie inderdaad.”
Naast het veldvoetbal kende Smit ook een avontuur in de zaal. Ze speelde Eredivisie in de zaal bij Avanti uit Stiens. Dat betekende op vrijdagavond reizen naar Den Haag of Rotterdam. “Ik heb daar vijf jaar gekeept. Het niveau lag hoog en ik heb er veel geleerd, ook al begon ik vaak op de bank.”
Haar overstap naar het zaalvoetbal begon bij het OFK in Franeker, het Open Fries Kampioenschap. “Die toernooien vond ik fantastisch. Zeker als je in een penaltyserie een bal pakt. Dat gevoel vergeet je nooit.” Het OFK bleek haar springplank naar een hoger niveau.

Ook thuis is voetbal nooit ver weg. Haar man, Joey Erich, speelt in het eerste elftal van HSC Lions ’66. Toch heeft hij besloten na dit seizoen te stoppen in het eerste. “Dat is eigenlijk wel een primeur voor jullie inderdaad,” glimlacht Smit. Helemaal stoppen doet hij niet; op vrijdag blijft hij met vrienden spelen op een meer vrijblijvend niveau.
‘Blijf jij maar lekker voetballen, ik doe wel een stapje terug.’ Dat vond ik heel lief.”
Toen hun dochter werd geboren, was het gesprek al gevoerd. “Hij zei meteen: ‘Blijf jij maar lekker voetballen, ik doe wel een stapje terug.’ Dat vond ik heel lief.” Vanaf het begin staat hij langs de lijn wanneer hij zelf niet hoeft te voetballen. “Hij geeft altijd goede adviezen vanaf de zijlijn. Mijn teamgenoten vinden dat ook mooi.” Of daar een officiële rol in zit? “Dat moeten we maar niet doen,” lacht ze. “Als ik het niet met hem eens ben, wordt het denk ik niet gezellig thuis, daar heb ik geen zin in.”
Haar ouders zijn vaste supporters, ook nu ze tijdelijk niet keept komt haar vader Jan Smit elke wedstrijd kijken. Opa Menno Ganzevoort was dat jarenlang ook, tot een ongeluk één jaar geleden het moeilijker maakte. Een anekdote blijft haar bij. “Mijn opa had geen mobiele telefoon. Ik was vergeten hem te bellen dat de wedstrijd niet doorging. Stond hij daar alleen op de club. Ik voel me daar nog steeds een beetje schuldig om,” zegt ze met een kleine glimlach.

Voor Smit is voetbal altijd meer geweest dan negentig minuten tussen twee lijnen. Het is vriendschap, saamhorigheid en herinneringen maken. Vroeger stapte ze om één uur ’s middags op de fiets richting de club en kwam ze soms pas diep in de nacht weer thuis. Wedstrijd spelen, blijven hangen, samen de stad in. “Dit zijn mijn vriendinnen,” zegt ze over haar teamgenoten. “Dat maakt het zo bijzonder.”
Nu ligt de focus op herstel, op haar gezin en op rustig terugkeren binnen de lijnen. Maar wie haar spreekt, merkt dat de ambitie nog altijd aanwezig is. De handschoenen liggen klaar. En zodra de voorbereiding straks weer begint, wil Marieke Smit weer doen wat ze al doet sinds haar zesde: onder de lat staan bij haar club.

