Zondagmiddag. Twee uur slaat de klok. De man met de pen is back. Twee weken lang afwezig geweest maar vandaag… vandaag spreekt hij weer.
We gaan weer. Terug naar het strijdtoneel.
Veertien man. Geen volle bank, geen luxe. Gewoon: “jongens, we moeten het hiermee doen.” En eerlijk… dat zijn vaak de mooiste middagen. En ergens op de achtergrond: Jordi. Bijna terug. De rentree hangt in de lucht als een voorzet die nét te lang onderweg is.
Langs de lijn: Allan. De Leider. Naast hem Baas — zijn rechterhand. Gerrit met zijn tape en wonderhanden, waarschijnlijk weer halve spelers opgelapt tot hele. En Lars… vlag in de hand, alsof hij hem nooit heeft losgelaten sinds de winterstop.
En daarachter… het brein. Bert Boddema. Geen paniek, geen geschreeuw. Gewoon een plan. Een plan waarvan je denkt: “dit zou zomaar eens kunnen werken”… en meestal doet het dat ook.
De elf.
Voorop: Marcel en Hidde. Werken, sleuren, en af en toe iets moois laten zien.
Daarachter: Onne & Herbert, met Hoen en Jesse eromheen — lopen, jagen, praten, en vooral: geen seconde rust.
Achterin: Max, Jorn, Sjoerd, Dennis — gewoon een blok waar je niet doorheen komt zonder kleerscheuren.
En op goal: Kevin. Degene die het weer mag oplossen als het ergens toch misgaat.
De omstandigheden? O, ze waren bijna poëtisch.
Een zon die lachte… en een veld dat huilde.
Perfectie en chaos, hand in hand.
Precies zoals VWC het graag ziet.
Want uit rommel… wordt soms magie geboren.
VWC dat prikt. Geen tiki-taka, geen fluwelen combinaties — gewoon: kijken waar het pijn doet en daar een beetje in porren. En uit zo’n moment… Hidde. Linkervoet. Volgens hem zelf: wereldklasse. Volgens de rest: “hij zat er wel prima in ja.”
1-0.
Daarna? Best prima eigenlijk. Aanvallen, combinaties… alleen dat laatste stukje. Net niet. Zo’n bal die nét verkeerd valt, of iemand die nét te lief is.
En toen… kwam de beslissing.
De 2-0 begon niet met een doelpoging, maar met een daad. Harm zag wat nodig was… en handelde.
Een aanval van Tijnje werd geboren… en meteen weer gedood. Vakkundig. Meedogenloos.
Maar soms vraagt opoffering een prijs.
En deze… was hoog.
Te hoog.
Harm kon gaan douchen.
Wat volgde was een vrije trap voor Tijnje, chaos. Een scrimmage voor het doel — lichamen, voeten, hoop en wanhoop door elkaar. De bal viel bij Dennis. Maar wonder boven wonder kreeg het elftal de bal bij Onne.
Onne, alleen. Oog in oog met de keeper.
Iedereen denkt: “schieten.”
Maar nee.
Hij doet het weer anders. Gebruikt de keeper als een soort muur. Kaatst ‘m terug het spel in… en daar staat Romec.
Natuurlijk staat daar Romec.
Minuut 90.
2-0.
Klaar. Afgelopen. Inpakken.
En je ziet het meteen: schouders omlaag, adem eruit. Dit was er zo eentje.
Maar dit was niet alleen een wedstrijd van goals.
Dit was er één van gasten die gewoon hun werk doen.
Hidde, die bij vlagen een dreiging was voor de defensie van Tijnje.
Marcel, onverstoorbaar, als kapstok waarop het spel kon rusten.
Jesse, Onne en Hoen, onvermoeibaar, die het middenveld onder druk hielden — keer op keer, golf na golf.
En daar… in het hart van alles: El Capitano. Herbert Jager. De leider. De dirigent.
Achter hen een blok van vertrouwen. Sjoerd en Dennis — alsof ze al jaren samen de zondagen delen, op en buiten het veld. Geflankeerd door Jorn en Max, die hun directe tegenstanders simpelweg geen ademruimte gunden.
En als laatste… de sluitpost. Kevin. Met reddingen die niet alleen ballen tegenhield, maar ook de hoop levend hield.
En dan de wissels.
Harm, Johan, Romec.
Niet begonnen, wel bepalend.
Harm — korte invalbeurt, groot effect, snelle douche.
Johan — altijd paraat, altijd betrokken.
Romec — Die hem gewoon erin prikt wanneer het moet.
Drie man. Gewoon belangrijk.
En ja… de KNVB heeft ook weer een goede dag gehad.
Jorn geel. Max geel. Hidde geel (natuurlijk weer voor iets doms).
En Harm rood. Die kan volgende week een weekendje weg met de vrouw.
Maar als je dan alles optelt…
Drie punten.
Een nuttige overwinning.
Een belangrijke stap.
VWC… kruipt weg uit de schaduw van de onderste regionen en kijkt weer omhoog.
