Op vijftienjarige leeftijd stond hij voor het eerst tussen de senioren van vv Blija. Vijfentwintig seizoenen later staat Jarich Holwerda er nog altijd. In de tussentijd veranderde er veel: het voetbal werd anders, zijn positie verschoof en de spelers naast hem werden steeds jonger. Eén ding bleef hetzelfde: de liefde voor het spelletje. Op 39-jarige leeftijd begint Holwerda aan zijn 25e seizoen in het eerste elftal. Van stoppen wil hij nog niets weten. “Ik vind het gewoon leuk.”
Dat hij al zo lang op dit niveau voetbalt, heeft volgens Holwerda vooral met plezier te maken. “Ik heb eigenlijk nooit tegenzin om naar de training te gaan. Ik voel me dan ook niet 39. Ik weet natuurlijk wel dat ik ouder ben dan de rest. Er zijn jongens bij die bijna twee keer zo jong zijn als ik. Maar ik vind het gewoon leuk en ga nog steeds met plezier heen.”
Zijn entree in het eerste elftal kwam al op vijftienjarige leeftijd. “Dat was een beetje uit nood geboren. We hadden een heel leuk jeugdteam, maar we moesten op een gegeven moment naar het grote veld. We waren met te weinig spelers om één team te vormen en werden daarom verdeeld over het eerste, tweede en derde elftal. Een paar jongens gingen mee naar het eerste en ik was daar één van.”
Eenmaal bij de senioren bleef hij daar. “Het eerste seizoen speelde ik volgens mij nog een halve wedstrijd en een maat van mij de andere helft. Vanaf het tweede seizoen was ik, voor zover ik me kan herinneren, eigenlijk altijd basisspeler. In het begin waren het natuurlijk wel grote jongens. Dan krijg je een schouderduw en denk je: daar moet je even tegen kunnen. Maar ik kon aardig meekomen. Dat was uiteindelijk gewoon voetbal.”
Holwerda begon als linkermiddenvelder en schoof daarna door naar de positie achter de spitsen. “Volgens mij begon ik als linkermiddenvelder. We speelden toen vaak 4-4-2. Vanaf mijn tweede seizoen stond ik meestal op tien, achter de spitsen. In een 4-3-3 werd dat meer centraal op het middenveld.”

In de 25 jaar die volgden veranderde het voetbal behoorlijk. “Vroeger was een 4-3-3 heel anders. Toen had je gewoon een linker- en rechtermiddenvelder en stonden de buitenspelers echt buitenom. Tegenwoordig schuift het middenveld veel meer naar binnen en komen de backs eromheen. Het spel is daarin behoorlijk veranderd.”
Ook zijn eigen rol veranderde. Inmiddels staat Holwerda centraal achterin. “Ik ben een beetje gedegradeerd”, zegt hij lachend. “Ik speel nu centraal achterin. Maar als ik eerlijk ben, speel ik het liefst nog steeds op het middenveld. Als ik een bijdrage kan leveren, vind ik het prima. Ik vind het gewoon mooi om te voetballen.”
Door zijn ervaring is hij bovendien steeds meer een coachende speler geworden. “Vroeger was ik meer een loper dan nu. Ik zie mezelf een beetje als spelverdeler. Met de jaren en de ervaring ga je het spel beter zien. Je weet eerder wat je moet doen en je gaat meer coachen. Je herkent meer dingen.”

Als hij terugkijkt op zijn lange carrière, is het kampioenschap dat hij rond zijn achttiende vierde een van de hoogtepunten. “Dat was in mijn derde seizoen, volgens mij van de zesde naar de vijfde klasse.” Toch heeft eigenlijk ieder seizoen wel iets bijzonders gebracht. “Er zijn altijd leuke wedstrijden en mooie momenten. De afgelopen seizoenen hebben we bijvoorbeeld een periode gepakt en zijn we in de beker verder gekomen. Dat zijn ook leuke dingen.”
Die rol richting jongere spelers vindt hij leuk. “Ik weet niet of ik iemand direct beter kan maken, maar je probeert natuurlijk wel te coachen. ‘Let daarop’, ‘let daarop’. Ik vind het wel mooi om die jongens een beetje mee te nemen.”
Vorig seizoen deed Blija lange tijd mee om de bovenste plaatsen. “Het had het seizoen moeten worden. We stonden er goed voor, maar het ging net mis. Ik win liever dan dat ik verlies. Je moet toch een winnaar zijn.” De ambitie om nog eens kampioen te worden is er dan ook zeker. “Een kampioenschap zou wel leuk zijn. Misschien zou je daarmee de cirkel een beetje rondmaken. Maar dat betekent niet dat ik daarna stop. Dat zit er nog niet in.”
Ook dit seizoen wil Holwerda met Blija bovenin meedraaien. “Dat moet ook wel de doelstelling zijn. Gewoon meedraaien en kijken wat er mogelijk is.” Hij kijkt bovendien uit naar een competitie met meer tegenstanders. “Vorig jaar hadden we maar tien ploegen. Nu zijn het er veertien. Dat is wat mij betreft veel leuker. Je hebt meer wedstrijden en meer kansen om punten te pakken, maar natuurlijk ook meer kansen om punten te verliezen.”
De voorbereiding is volgens Holwerda fanatiek begonnen. “We doen veel conditiewerk, maar ook veel met de bal. Daarnaast hebben we jeugdspelers die bij de selectie komen. Die jongens zijn zestien, zeventien, achttien jaar. Die moeten we erbij betrekken en proberen de selectie zo groot mogelijk te maken.”
Voor een kleine vereniging als Blija blijft de omvang van de selectie belangrijk. “Het blijft een klein clubje. Het valt of staat soms met twee of drie spelers die net wat extra’s brengen. Als een spits die makkelijk scoort een half jaar uitvalt, heb je niet zomaar een tweede spits die hetzelfde kan. Je moet dus een beetje geluk hebben en hopen dat iedereen fit blijft.”
Holwerda is zelf altijd fanatiek geweest. “Als je niet fanatiek bent, houd je het waarschijnlijk ook niet zo lang vol.” Hij merkt wel dat de mentaliteit rond trainingen in de loop der jaren is veranderd. “Er zijn tijden geweest dat ik hier met zes man op de training stond. De laatste jaren valt het gelukkig wel mee, maar het is tegenwoordig makkelijker om af te zeggen. Ik vind dat voetbal een teamsport is. Je voetbalt niet alleen voor jezelf. Als je dat wilt, moet je iets individueels gaan doen.”

Bij een kleine club moet je tegelijkertijd soms water bij de wijn doen. “Het blijft een klein clubje. Soms moet je bepaalde dingen accepteren en slikken. Ik spreek jongens er ook wel eens op aan, misschien met een beetje humor. Maar ik vind het wel belangrijk.” Van een echte leidersrol wil hij zelf niet spreken. “Ik doe dat niet omdat ik denk dat ik de leider ben. Als ik iets ergens van vind, zeg ik het gewoon.”
Een deel van zijn mooiste voetbalherinneringen ligt niet op het veld, maar in de zaal. Holwerda speelde jarenlang zaalvoetbal. “Daar ben ik vanaf mijn jeugd mee begonnen, toen ik vanuit de jeugd naar de senioren ging. Toen ik ongeveer 24 was, dacht ik: ik wil wel eens wat hoger proberen en kijken of dat lukt. Dat lukte in de zaal, maar het veldvoetbal opgeven bij V.V. Blija was teveel gevraagd.
In de zaal beleefde hij vervolgens bijzondere momenten. “We hebben een bekerfinale voor Noord-Nederland gespeeld. Die verloren we met 2-3 van Urk. Ik heb toen nog gescoord. Dat zijn wel mooie herinneringen. Het mooiste is als je bovenin meedraait en om prijzen speelt.”
Op het veld was Holwerda nooit een veelvuldig doelpuntenmaker. “Ik scoor over het algemeen niet heel veel. Toen ik op tien speelde, maakte ik er wat meer. De afgelopen jaren zijn het er misschien twee of drie per seizoen.” Toch kan hij één doelpunt nog goed voor de geest halen. “Dat was in een thuiswedstrijd. Ik kreeg de bal ergens aan de zijkant, volgens mij op een meter of twintig. Ik kapte hem terug en schoot met links in de kruising. Dat was wel een mooie goal. De meeste doelpunten waren niet zo spectaculair.”
Zijn liefde voor Blija zit niet alleen in het voetbal zelf. Hij heeft inmiddels met vaders gevoetbald en speelt nu met zonen van spelers met wie hij vroeger samen op het veld stond. “Dat is natuurlijk wel bijzonder. Er zijn inmiddels meerdere jongens van wie ik de vader nog heb meegemaakt.”

Ook thuis krijgt zijn voetbalcarrière de ruimte. “Thuis moet het natuurlijk ook allemaal lukken. Mijn vrouw vindt het gelukkig goed en de kinderen komen ook vaak kijken. De oudste kinderen gaan inmiddels zelf naar de club. Dat is mooi.” Dat hij in een klein dorp woont, maakt het bovendien gemakkelijk. “Je fietst hier gewoon naartoe. Dat is ook het mooie van een klein dorp en een kleine club. Dat kan allemaal.”
Van stoppen is voorlopig geen sprake. Als hij over acht maanden terugkijkt op het seizoen, zou een kampioenschap natuurlijk de mooiste uitkomst zijn. “Dat zou wel mooi zijn. Het ultieme doel? Kampioen worden. Maar dat wordt wel lastig. Dus laten we gewoon bovenin meedraaien. Lekker voetballen en veel winnen. Als de stemming positief is, komen er meer mensen kijken. Dan gaat het uiteindelijk wel.”
En dus begint Jarich Holwerda aan zijn 25e seizoen bij vv Blija, nog altijd met dezelfde instelling als vroeger. Fit blijven, fanatiek zijn, plezier maken en vooral blijven voetballen. “Ik vind het gewoon leuk.”








