Wie Jeroen van der Holst en Tiede Dijkstra langs de lijn bij V.V. W.T.O.C. ziet staan, zal niet snel denken aan een klassieke hoofdtrainer en assistent. Ze overleggen, discussiëren, lachen, bellen en appen over voetbal. Soms neemt Tiede het voortouw, soms komt Jeroen met het idee. Op papier zijn de rollen duidelijk verdeeld, in de praktijk werken ze vooral als één team. En dat is niet toevallig. Hun samenwerking begon namelijk al jaren geleden, toen Jeroen bij vv Blija onder Tiede speelde.
Dat Jeroen uiteindelijk bij W.T.O.C. terecht zou komen, was op dat moment nog helemaal niet vanzelfsprekend. Toen hij na zijn actieve voetbalcarrière besloot trainer te worden en een stageplek zocht, hoefde hij echter niet lang na te denken. Hij wist bij wie hij moest zijn.
“Ik heb onder Tiede bij Blija een prachtige tijd gehad”, vertelt Jeroen. “Toen ik trainer wilde worden en stage moest lopen, wilde ik dat eigenlijk niet in mijn eigen dorp doen. Ik dacht: met wie heb ik altijd een mooie tijd gehad? Toen kwam ik bij Tiede uit. Ik heb hem gebeld en gevraagd of ik hier terechtkon. Dat was meteen goed.”
Vanaf de eerste dag voelde Jeroen zich thuis bij W.T.O.C. Wat begon als een stage, groeide uit tot een samenwerking die inmiddels veel verder gaat dan de oorspronkelijke bedoeling. Jeroen had mogelijkheden om elders als hoofdtrainer aan de slag te gaan, maar koos ervoor om bij W.T.O.C. te blijven.
“In november had ik eigenlijk al beslist dat ik het volgende jaar weer wilde blijven. Ik had twee opties om ergens hoofdtrainer te worden, maar ik vond het hier veel te leuk. Dan maar met z’n tweeën.”
Dat ‘met z’n tweeën’ is inmiddels de kern van de technische leiding bij W.T.O.C. Tiede staat officieel als hoofdtrainer op papier, terwijl Jeroen zijn trainersopleiding inmiddels heeft afgerond. Maar wie denkt dat Jeroen vooral de pion naast de hoofdtrainer is, doet de samenwerking tekort.

“Op papier ben ik de hoofdtrainer”, zegt Tiede. “Maar we doen het gewoon samen. Er is eigenlijk geen dag dat er niet gebeld of geappt wordt over voetbal.”
Dat geldt niet alleen tijdens het seizoen. Toen Tiede onlangs twee weken bij familie in Canada was, bleef het voetbal gewoon onderwerp van gesprek. Door het tijdsverschil werden de trainingsplannen en wedstrijden op opmerkelijke tijdstippen besproken, maar afstand bleek geen probleem.
“Jeroen denkt hetzelfde over voetbal als ik”, zegt Tiede. “Tactisch is hij heel sterk. Daar kan ik zelf ook nog veel van leren. Ik ben al vijftien jaar trainer, maar je blijft leren. Jeroen is daar heel goed in.”
Daar tegenover staat een kwaliteit die Jeroen juist bij Tiede ziet. “Tiede is heel goed in het smeden van een team. Alles bij elkaar houden, sfeer maken en duidelijk zijn wanneer het moet. Ik ben misschien wat strakker in bepaalde dingen en tactisch wat meer bezig. Dat vult elkaar heel mooi aan.”
Het is precies die wisselwerking die volgens beiden de samenwerking zo prettig maakt. Ze laten elkaar vrij, maar zoeken elkaar voortdurend op. Voor een training wordt besproken wat er moet gebeuren, ideeën worden tegen elkaar aangehouden en uiteindelijk staat er één plan. Ook richting de spelers vullen ze elkaar aan.
“Jongere jongens komen misschien wat makkelijker bij mij”, legt Jeroen uit. “Ik ben wat speelser. Tiede is daar wat strakker in. Als iemand iets wil bespreken, kan hij dus bij allebei terecht.”
Tiede knikt. “De ene speler heeft een schop onder de kont nodig en de andere juist een arm om de schouder. Het mooie is dat wij dat van elkaar weten. Daardoor kunnen we elkaar ook helpen.”

Van W.T.O.C.-familie naar hoofdtrainer
Voor Jeroen is W.T.O.C. inmiddels een club geworden waar hij zich volledig thuis voelt. Voor Tiede ligt dat nog een stap verder. Hij is niet alleen trainer van de club, maar letterlijk onderdeel van de geschiedenis ervan.
Op zijn vijfde begon hij er met voetballen. Hij speelde jarenlang in het eerste elftal, net als zijn broer. Zijn vader was voorzitter, zijn moeder actief in de kantine en het jeugdbestuur. W.T.O.C. loopt als een rode draad door zijn leven.
Toen de club hem vroeg om hoofdtrainer te worden, hoefde hij dan ook niet lang na te denken. Het moment waarop die vraag kwam, was bovendien bijzonder. Zijn vader lag op dat moment ernstig ziek in het ziekenhuis.
“Ik heb toen meteen gezegd dat ik het zou doen. Een week later was mijn vader weer thuis en hij heeft gelukkig nog meegemaakt dat ik trainer was. Tot een week voor de competitie. Daarna is hij overleden.”
De band met W.T.O.C. is daardoor voor Tiede moeilijk los te zien van zijn familie. “Mijn vader had drie dingen in zijn leven: zijn gezin, Oudwoude en W.T.O.C. Hij zei altijd: als ik doodga, wil ik onder de middenstip begraven worden.”
Het tekent de manier waarop Tiede naar de club kijkt. Waar Jeroen als buitenstaander binnenkwam en zich vanaf de eerste dag welkom voelde, is W.T.O.C. voor Tiede een deel van zijn eigen identiteit.
“Het is echt een familieclub”, zegt hij. “Iedereen is betrokken. Jongens uit de selectie geven jeugdtraining, mensen zetten zich in voor de vereniging en je kent elkaar. Dat is het mooie aan W.T.O.C.”
Jeroen herkent dat gevoel, ondanks het feit dat hij niet uit de omgeving komt.
“Ik kan hier heel goed mezelf zijn. Ik hoef me niet anders te gedragen. Op het trainingsveld ben ik gewoon trainer, maar na de training zit ik in de kantine gewoon tussen de jongens. Dat vind ik misschien wel het mooiste.”
Van promotie naar degradatie
Sportief kende Tiede een vliegende start. In het eerste seizoen promoveerde W.T.O.C. naar de vierde klasse. De promotie kwam er via de nacompetitie. Na een moeizame start begon W.T.O.C. steeds beter te draaien en uiteindelijk werd de tweede plaats behaald. In de beslissende wedstrijd tegen HJSC werd met 4-1 gewonnen.
Voor Tiede was het een bijzonder moment. Niet alleen omdat het zijn eerste promotie als trainer was, maar vooral omdat het gebeurde met zijn eigen club.
“Als je als trainer met de club waar je altijd hebt gevoetbald kunt promoveren, is dat heel speciaal. Je doet het niet voor je cv. Je doet het omdat je het leuk vindt.”
Het verblijf in de vierde klasse duurde uiteindelijk slechts één seizoen. Blessures speelden de ploeg parten en juist op belangrijke momenten ontbraken meerdere bepalende spelers. Daarnaast zat het W.T.O.C. niet altijd mee in de beslissende wedstrijden.
“Het viel vorig jaar allemaal precies verkeerd”, kijkt Tiede terug. “We hadden veel blessures en verloren wedstrijden waarin we in de laatste minuut nog punten verspeelden. Het is jammer, maar het is gebeurd.”

Jonge ploeg, duidelijke ambitie
De degradatie betekende niet dat W.T.O.C. opnieuw moest beginnen. Integendeel. Een flinke groep jonge spelers maakte de overstap vanuit de jeugd naar de selectie. Volgens Tiede is dat een ontwikkeling waar de club jaren plezier van kan hebben.
“We hebben dit jaar heel veel jeugd doorgeschoven. Zes of zeven jongens uit de jeugd zijn bij de selectie gekomen. Je hebt misschien één keer in de 25 of 30 jaar zo’n lichting. Daar zitten wij nu in.”
Die jonge spelers worden gecombineerd met de nodige ervaring. Juist die mix moet de ploeg sterker maken.
“Je hebt jongens van zestien, zeventien, achttien jaar, maar ook spelers van dertig of veertig. Dat is voor die jonge jongens alleen maar mooi. Ze kunnen zich ontwikkelen binnen een team waarin ze ook meteen verantwoordelijkheid krijgen.”
De ambities zijn ondertussen helder. W.T.O.C. wil zo snel mogelijk terug naar de vierde klasse.
“We willen gewoon kampioen worden”, zegt Tiede resoluut. “Dat moet je vanaf het eerste moment uitstralen. Promoveren via de nacompetitie is ook goed, maar de eerste doelstelling is het kampioenschap.” Dat hebben we ook uitgesproken in een bijeenkomst voor het seizoen geeft Jeroen aan. ”Ik heb met hulp van mijn vrouw een Powerpoint gemaakt. De eerste slide was meteen: kampioen worden. Zo werd voor iedereen de doelstelling duidelijk.”
De start van het seizoen geeft vertrouwen. De ploeg begon met zeven punten uit de eerste wedstrijden, al hadden dat er volgens de trainers eigenlijk negen moeten zijn. Toch gaat het uiteindelijk om meer dan alleen resultaten.
“De motivatie is heel goed”, zegt Jeroen. “Het teamspeel is goed en de jongens willen graag. We proberen het voetbal steeds verder te ontwikkelen. Veel herhalen, trainen en vooral plezier houden.”

Het laatste seizoen van Tiede
Toch kent dit seizoen ook een andere lading. Tiede heeft aangegeven dat het zijn laatste jaar als hoofdtrainer van W.T.O.C. wordt. Na drie jaar vindt hij het tijd voor een volgende stap.
“Bij een dorp waar dezelfde spelers grotendeels blijven, kan het goed zijn om als trainer na een paar jaar weer verder te gaan. Dat is mijn persoonlijke mening. Ook is de reistijd (50 minuten heen en 50 minuten terug) mij uiteindelijk teveel.”
Het betekent niet dat Tiede de club achter zich laat zonder zich om de toekomst te bekommeren. Integendeel. Als hij ergens een opvolger ziet die hij het gunt, is het Jeroen.
“Ik hoop persoonlijk dat ze Jeroen vragen. Dat gun ik hem. Hij kan het heel goed.”
Voor Jeroen ligt die beslissing niet alleen bij hemzelf. Draagvlak binnen de groep en bij het bestuur vindt hij minstens zo belangrijk.
“Als je 24 spelers hebt en acht daarvan staan niet achter je, dan wordt het lastig. Je moet er als groep achter staan. Je kunt nooit iedereen tevreden houden, zeker niet als iemand langere tijd op de bank zit.”
Dat is misschien wel één van de lessen die hij juist van Tiede kan meenemen. Jeroen is soms wat kritischer op zichzelf en trekt zich dingen meer aan.
“Tiede zegt dan: laat het los, komt goed”, vertelt Jeroen lachend.
“Dat moet je ook leren”, reageert Tiede. “Als trainer kun je niet alles persoonlijk maken.”

Samen verder?
Wat er na dit seizoen precies gebeurt, is nog niet helemaal duidelijk. Maar één ding lijkt wel vast te staan: de samenwerking tussen de twee heeft een stevige basis gekregen.
Jeroen wil graag een periode als hoofdtrainer voor zijn rekening nemen. Tegelijkertijd sluit hij niet uit dat hij in de toekomst opnieuw in een duo wil werken.
“Ik vind het heel fijn om met z’n tweeën te werken. Je kunt altijd met iemand sparren. Zonder dat iemand van buitenaf of een selectiespeler zich ermee hoeft te bemoeien. Ik denk wel dat het goed voor mij is om hierna ergens een paar jaar hoofdtrainer te worden, maar ik zou daarna zeker weer een duo willen vormen.”
En Tiede? Die sluit een gezamenlijke toekomst evenmin uit.
“Misschien doen we het dan wel weer samen.”








