Een thuiswedstrijd uit de koker trekken betekent in het amateurvoetbal niet automatisch dat je ook thuis speelt. Een aanvullende bepaling in het bekerbesluit geeft het thuisrecht in de knock-outfase aan de ploeg die op het laagste competitieniveau uitkomt, ongeacht de uitkomst van de loting.
Treft een vierdeklasser bijvoorbeeld een eersteklasser, dan speelt de vierdeklasser dus thuis. Ook wanneer de loting aanvankelijk een uitwedstrijd oplevert. Voor lager spelende clubs biedt dat de kans om een hoger spelende tegenstander op het eigen sportpark te ontvangen.
Spelen beide ploegen op hetzelfde niveau, dan bepaalt de loting wel wie het thuisvoordeel krijgt. Volgens het aanvullende besluit blijft de bepaling tot aan de achtste finales, de laatste zestien, van kracht.
Het besluit beschrijft ook welke teams doorgaan naar de knock-outfase: de clubs uit de vierde divisie, de nummers één en twee uit poules met eerste- en tweedeklassers en de poulewinnaars uit de overige poules.
Bij de bekerloting draait het dus om meer dan alleen de tegenstander. Ook het competitieniveau van beide clubs bepaalt waar de wedstrijd wordt gespeeld.








