Het is ochtend op Sportpark Unia waar alle wedstrijden zijn afgelast door de kou. Om 11:00 uur, lopen we de kantine binnen. Een dag eerder is Jordi Carlo Heins 48 jaar jong geworden. Wat opvalt is de manier waarop hij binnenkomt: met een grote plastic bak in zijn handen, gevuld met herinneringen. Krantenknipsels uit vergeelde jaargangen zorgvuldig bewaard door zijn moeder, oude clubbladen, een speldje, VHS-banden en voor de grap geschreven contracten op bierviltjes. Bovenop de bak liggen vier grote stukken appeltaart met slagroom. Heins zet de bak neer en glimlacht. “Willen jullie wat drinken mannen? Ik pak even de borden,” zegt hij. Typisch Jordi Heins. Altijd bezig met anderen. Altijd geïnteresseerd. Dat het vandaag om hem draait, lijkt pas langzaam tot hem door te dringen. “Waar willen jullie het eigenlijk over hebben mannen?” vraagt hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat je op je 48ste nog altijd deel uitmaakt van een eerste elftal.
“Ze zeiden: dit kan niet kloppen, 1883 is geen lidmaatschapsnummer.”

Zijn verhaal begint in 1985, bij L.A.C. ‘’Frisia 1883’’. Een jongetje in de jeugd, met een uitzonderlijk lidnummer: 1883. Het levert hem een jaar lang gratis voetballen op en een paar speciale items, waaronder een speldje waarvan er maar één bestaat. Als hij erover vertelt, verschijnt er een trotse glimlach. Dat unieke nummer raakt hij later kwijt, tot zijn frustratie. Bij een pasjescontrole valt het bijzondere lidnummer op bij zijn leiders. “Ze zeiden: dit kan niet kloppen, 1883 is geen lidmaatschapsnummer.” Het nummer wordt daardoor aangepast en verdwijnt voorgoed. “Dat was vervelend natuurlijk. En ik kreeg het ook nooit meer terug. Later gingen ze ook nog over op lidnummers met letters erbij.”
In de jeugd verloopt zijn ontwikkeling bijna volgens een vast patroon: het eerste jaar in het tweede team, het jaar erop in het eerste. F2 naar F1, E2 naar E1 etc. “Maar dat was juist mooi,” zegt hij. “Dan speelde ik twee wedstrijden op een zaterdag. In de ochtend met C2 en s’middags met C1. Het was alleen maar voetbal, voetbal, voetbal. Dat was natuurlijk lekker.” In de A-junioren speelt Heins beide jaren direct in A1. Hij is spits, maakt goals en wordt topscorer, maar zodra hij de senioren bereikt, verschuift zijn plek bijna altijd naar het middenveld.

In het seizoen 1995-1996 maakt Heins zijn debuut in het eerste elftal van L.A.C. ‘’Frisia 1883’’, tijdens de nacompetitie uit bij RES uit Bolsward. Een jaar later, in 1996-1997, speelt hij zijn eerste volledige seizoen onder trainer Gerrie de Jonge. “Ik ben niet de grootste,” lacht Heins, “en de trainer zag in mij precies hoe hij zelf was.” De Jonge, zelf ook linksbenig, klein en wat gedrongen, gelooft in hem. “Hij wou de jeugd echt een kans geven.” Vijf seizoenen lang is De Jonge zijn trainer. Heins speelt het eerste seizoen samen met onder andere Marco Spijkstra, Rien Hoek, Ynte Miedema, Marcel Flapper en Ronald de Vries. “Dat waren toen wel echt namen hoor!”
Heins speelt veel en op verschillende posities: linkshalf, linksbuiten en centrale middenvelder. Na twee jaar volgt promotie naar de tweede klasse via de nacompetitie. Gevraagd naar het voetbal van toen en nu stipt Heins meteen een belangrijke verschil aan. “Je had geen hoofdklasse of divisies,” vertelt Heins. “Het stopte bij de hoofdklasse. Dat was het hoogste amateurniveau. Dus als je zelf tweede klasse voetbalde was dat een aardig hoog niveau. Er was zelfs nog een twee-puntenregeling. En telefoons hadden we niet. Na de wedstrijd ging meteen de radio aan om te horen wat de anderen hadden gedaan. Dat kan je je nu niet meer voorstellen..”

Niet alles gaat altijd volgens plan. In zijn tweede seizoen in het eerste gaat Heins op stap op zaterdag. De regel van De Jonge is duidelijk: niet afmelden betekent naar het tweede. Heins is zó dronken geweest dat hij precies na de wedstrijd wakker wordt. Zijn telefoon gaat. De trainer hangt aan de lijn vanuit de kantine, waar al een vaste telefoon is. “We gaan het volgende doen, Heins,” zegt De Jonge aan de telefoon. “Volgende week heb ik jou nodig. We zeggen dat je mijn vrouw hebt gebeld en dat zij het vergeten is door te geven.” De jonge Heins komt er goed mee weg.
In diezelfde periode ontwikkelt hij een vast ritueel. “Ik at elke ochtend voor de wedstrijd een broodje ei. Dat moest ik echt hebben, dat zat in mijn hoofd.” Tijdens een wedstrijd realiseert hij zich ineens dat hij het broodje ei niet heeft gegeten. Dat blijft maar door zijn hoofd spoken, tot hij zich herinnert dat hij het eitje wél in de pan had gedaan. Na de wedstrijd fietst hij, zonder te douchen, naar huis en ziet daar een pikzwart ei in de pan staan. Met het gas nog aan. Pan weg, gas uit en snel terug naar de club om alsnog te douchen. “Niemand had het door,” lacht hij. “Ik heb maar niks gezegd, anders kreeg ik dat jarenlang te horen.”
“Het gekke is dat voetbal mijn leven was, maar een half jaar daarvoor had ik al tegen de trainer gezegd dat ik wilde stoppen.
Het dieptepunt volgt in 2003. “Mijn moeder overleed” zegt Heins, zichtbaar geëmotioneerd. “Het gekke is dat voetbal mijn leven was, maar een half jaar daarvoor had ik al tegen de trainer gezegd dat ik wilde stoppen. Ergens heb ik dat misschien aangevoeld.” Na haar overlijden staat hij een half seizoen langs de kant. “Dat stoppen heeft mij niet goed gedaan.” Hij mist het spel, de kleedkamer, het ritme. En dus keert hij terug. Trainer Jan Vlap ontvangt hem met open armen.
Na het seizoen 2010-2011 komt er een einde aan zijn periode bij L.A.C. ‘’Frisia 1883’’. Hij kan niet meer door één deur met de trainer die dan aan het roer staat bij de club. Tegelijkertijd beseft Heins ook dat hij de oudste van de ploeg, inmiddels 32 jaar is en steeds meer en meer moet doen om aan te haken bij het niveau. Met pijn in zijn hart neemt hij afscheid van zijn club. Heins krijgt een afscheidswedstrijd met aansluitend een groot feest. “Het was echt fantastisch,” zegt hij. “De dag erna kwamen ze op de club en stonden alle deuren nog open. Het was een puinhoop.”

In 2011 vertrekt Heins naar LVV Friesland, samen met goede vrienden Tobias Sandner, Edwin de Vries en Jan Roelof Nijboer. Acht seizoenen blijft hij bij LVV Friesland. Er is een promotie, een degradatie en vooral veel plezier. “De promotie is een hoogtepunt, maar de teamuitjes en vakanties ook.” Na twee seizoenen volgt promotie naar de tweede klasse, waarna het team na één jaar weer degradeert. “Op een puntje na, maar het was een sterke competitie. Daarna werd het gewoon leuk voetballen. We hadden een vriendenteam en handhaafden ons.”
LVV Friesland voelt als thuiskomen. “Echt iedereen is gelijk daar. Niemand is meer of minder.” Hij leert er onder andere de gebroeders Boonstra kennen, nog altijd zijn boezemvrienden. “Als iemand naar een club wil waar je echt wordt omarmd, dan moet je naar LVV Friesland.”
“Toen mocht je nog niet direct van zondag naar zaterdag overstappen, dus we moesten in de vijfde klasse beginnen.”
In 2019, op 42-jarige leeftijd, keert Heins terug bij L.A.C. ‘’Frisia 1883’’, ditmaal bij de zaterdagtak.
“Toen mocht je nog niet direct van zondag naar zaterdag overstappen, dus we moesten in de vijfde klasse beginnen.” Tobias Sandner belt hem als nieuwe trainer van Zaterdag 1. Heins helpt mee aan het bouwen van een team. “We hadden een fantastisch team. Het doel was promoveren.” In 2019-2020 staan ze op pole position voor het kampioenschap, tot Corona toeslaat. Een jaar later gebeurt hetzelfde. In 2021-2022 wordt het seizoen wel uitgespeeld, maar krijgt de selectie te horen dat zij het jaar erop niet meer nodig zijn door een nieuwe KNVB-regel. Die regel luidt dat teams in dat jaar horizontaal mogen overstappen van de zondag naar de zaterdagklasse. Een promotie voor Frisia Zaterdag 1 is niet meer nodig. Heins en consorten eindigen dat seizoen als vijfde. Zijn teamgenoten gaan naar het tweede elftal van L.A.C. ‘’Frisia 1883’’, maar Heins ziet het nog niet zitten om te gaan afbouwen in een tweede elftal.

En dat nieuws bereikt ook Cor Mijnheer, één van de trainers van SSS’68. Meerdere belletjes richting Heins volgen al snel. De club heeft ambitie: van de vijfde naar de vierde klasse. “Ik was eigenlijk vrijwel direct enthousiast.” Beide partijen denken nog iets voor elkaar te kunnen betekenen. Na een finale in de nacompetitie in seizoen één, volgt dan toch de promotie voor Heins, inmiddels 46 jaar. SSS’68 bereikt na jaren eindelijk weer eens de vierde klasse.
Daarmee heeft Jordi Heins gespeeld in de eerste tot en met de vijfde klasse. Als we hem daarop wijzen, reageert hij verrast. “Oh ja zeg… daar was ik zelf niet zo snel op gekomen. Wat leuk.”
“Als ik negentig minuten speel, tik ik met gemak de tien kilometer per wedstrijd aan.”
Gaat Heins richting het einde van zijn voetbalcarrière? Nee, dat is nog geen optie. Wel weet hij inmiddels goed wat hij wel en niet wil doen. “Afronden op de training doe ik niet meer. Daar krijg ik blessures van.” Helemaal fit voelt hij zich momenteel niet, maar de wil om weer fit te worden is er nog steeds. “Net als elk jaar na de winterstop let ik weer op mijn eten, ga ik hardlopen en doe ik thuis mijn oefeningen.” En hoewel hij nog zelden een wedstrijd volmaakt, is hij nog altijd even gretig als in zijn twintiger jaren. “Als ik negentig minuten speel, tik ik met gemak de tien kilometer per wedstrijd aan.”









