FC Burgum speelde afgelopen weekend met 2-2 gelijk tegen Gorredijk. Volgens Justus Boomsma had er echter veel meer ingezeten. De 28-jarige aanvaller is inmiddels bezig aan zijn achtste seizoen in het eerste elftal van de Burgumers en kent de club als geen ander. Hij ziet voldoende potentie in de huidige selectie, maar vindt dat FC Burgum op dit moment terecht in de tweede klasse speelt. “Het zou hartstikke mooi zijn om in de toekomst weer op eersteklasseniveau te spelen, maar voor nu zitten we hier op onze plaats.”
Over het gelijkspel tegen Gorredijk is Boomsma duidelijk. “Eigenlijk zijn we de hele wedstrijd de bovenliggende partij geweest. Waar in de eerste helft de paal en de lat nog in de weg stonden, maakten we in de tweede helft wel de 1-0 en de 2-0. Maar voor het moment dat we de penalty voor de 2-1 tegen kregen, hadden we de wedstrijd eigenlijk al lang in het slot moeten gooien. Er waren genoeg kansen om de score uit te breiden. Op basis van het spelbeeld vond ik 2-2 dus geen terechte uitslag. Uiteindelijk hebben we het vooral onszelf kwalijk te nemen dat we de wedstrijd niet eerder hebben beslist.”
Het uit handen geven van een 2-0 voorsprong is volgens Boomsma een punt waarop de ploeg nog stappen moet maken. “Dit is denk ik een stukje volwassenheid waarin we moeten groeien. Vorig seizoen hebben we zo ook een paar keer een voorsprong uit handen gegeven. We moeten wedstrijden eerder in het slot gooien, maar ook bij een tegengoal niet opeens andere dingen gaan doen. Waar we de hele wedstrijd beter waren, leek er na de 2-1 toch wat paniek toe te slaan. Terwijl we dan eigenlijk gewoon door moeten gaan met waar we mee bezig waren. Dan speel je zo’n wedstrijd gewoon uit en win je hem.”
Dat Boomsma nog altijd bij FC Burgum speelt, is niet zo moeilijk te verklaren. “Ik voetbal al mijn hele leven in Burgum, ben hier geboren en getogen. 22 jaar geleden ben ik in de F’jes begonnen bij VV Bergum. Daarna vanaf E1 in de jeugd bij BBC, later nog drie à vier seizoenen op zondag bij VV Bergum 1 en nu dus alweer het achtste seizoen bij FC Burgum 1.”

In al die jaren heeft hij met veel jongens samengespeeld die inmiddels goede vrienden zijn geworden. “In de F’jes speelde ik al samen met bijvoorbeeld Douwe Heegstra, een goede vriend van me. Die heeft in de tussentijd bij Cambuur in de jeugd gevoetbald, maar voor de rest hebben we altijd met elkaar samengespeeld. Ook met andere jongens en goede vrienden zoals Abe Koopmans en Harmen Vlietstra. Met hen speelde ik in de jeugd al samen en nu nog steeds of alweer. Abe heeft een aantal jaren bij Broekster Boys gespeeld en Harmen bij BCV voor de fusie.”
Juist die hechte groep maakt het voor Boomsma bijzonder om bij FC Burgum te voetballen. “We hebben gewoon een heel mooi en hecht team met bijna allemaal jongens uit eigen dorp. Je voetbalt met allemaal vrienden en we zijn buiten het veld ook veel bij elkaar. We gaan in januari weer op trainingskamp, dit keer naar Marbella. We zijn begin 2025 en 2024 ook op trainingskamp geweest naar het buitenland en dat zijn gewoon herinneringen voor het leven.”
Dat de verbinding met de club verder gaat dan alleen zijn eigen generatie, vindt Boomsma misschien wel het mooiste. “Ik speel nu samen met een aantal jongens die ik tien jaar geleden nog training gaf in de JO11-1. Alles bij elkaar is dit best speciaal. Zo lang ik het zelf nog op een goede manier kan doen, blijf ik dit doen.”

In zijn acht seizoenen heeft Boomsma FC Burgum flink zien veranderen. “Je maakt natuurlijk verschillende trainers mee en bepaalde jongens komen en gaan. Ook is de hele sportaccommodatie en het complex natuurlijk erg veranderd in de eerste jaren na de fusie. De faciliteiten zijn tiptop voor elkaar nu.”
Ook sportief heeft de club de nodige pieken en dalen gekend. “Ik denk dat we de eerste jaren echt heel goed waren. Ons eerste seizoen kwam door corona abrupt ten einde. We stonden bovenaan en werden officieus kampioen. Later kregen we alsnog te horen dat we mochten promoveren, waardoor we in september 2020 in de eerste klasse begonnen. Robert Stelpstra en Kees Noordmans waren net teruggekomen van respectievelijk Harkemase Boys en Sneek Wit Zwart. We wonnen alles dik in de voorbereiding en startten de competitie ook zeer sterk. Helaas gooide corona toen opnieuw roet in het eten.”
Een seizoen later volgde degradatie uit de eerste klasse. “We hadden veel blessures en dan kom je erachter dat je in de breedte gewoon onderdoet voor de echte stabiele eersteklassers.”
In 2022/23 volgde een nieuw hoogtepunt. “We werden ongeslagen kampioen in de tweede klasse. Dat was ook een heel mooi seizoen. Helaas zijn we het jaar daarna weer gedegradeerd na de nacompetitie, waarschijnlijk om dezelfde reden als bij de vorige degradatie uit de eerste klasse. Al moet ik zeggen dat dat een van de sterkste eerste klassen was van de afgelopen jaren. ONS Sneek werd kampioen voor Olde Veste, Flevo Boys en KHC. Die drie andere ploegen promoveerden na de play-offs alsnog ook naar de vierde divisie. Vooral ONS en Olde Veste waren gewoon echt een maatje te groot voor de rest van de competitie.”
De afgelopen seizoenen is de club vooral bezig geweest met bouwen aan een nieuwe generatie. “Er is de laatste jaren veel jeugd doorgestroomd en we zijn aan het bouwen geweest aan een nieuw team. Belangrijke spelers als Steffen Kempe, Jacob Frimpong, Roeland Rusticus, Yorn Sikkenk en Alex Bosma zijn gestopt. Dat bouwen heeft tijd nodig gehad, maar we hebben het vorig seizoen al weer een stukje beter gedaan dan het seizoen ervoor, vooral na de winterstop.”
Boomsma ziet dat de jeugdopleiding steeds belangrijker wordt. “Het is mooi om te zien dat jongens vanuit de jeugd hun plek in de basis hebben gevonden en dit hartstikke goed doen. De jeugd speelt op hoog niveau en dat is gewoon hartstikke belangrijk voor een vereniging als FC Burgum. Onze trainer Willem van Kammen geeft jonge jongens echt een kans en dat betaalt zich steeds meer uit.”
Als voorbeeld noemt hij Jeen Sierksma. “Hij stroomde dit seizoen als enige door vanuit de jeugd naar het eerste elftal en heeft gelijk een basisplek veroverd als linker centrale verdediger. En er komt meer goede jeugd aan, dus dat is hartstikke mooi.”
Voor dit seizoen ligt de lat volgens Boomsma duidelijk hoger. “De doelstelling is om het weer beter te doen dan vorig seizoen. Dat zou dus betekenen: top vier. Ik denk dat dat mogelijk moet zijn. We hebben een uitgebalanceerde selectie, met een mooie mix van ervaren spelers en jonge jongens.”
Vooral de breedte van de selectie kan volgens hem een belangrijke rol spelen. “In de voorbereiding hebben we gezien dat het niveau binnen de groep erg dichtbij elkaar ligt. Er spelen jongens uit de selectie op zaterdag met het tweede mee, die het in de met 5-0 gewonnen bekerwedstrijd tegen Marum bijvoorbeeld geweldig deden in de basis bij het eerste. Dat zegt genoeg. Ik denk dat de breedte van onze selectie ons dit jaar erg gaat helpen.”
De uiteindelijke grens van de ploeg ziet Boomsma in de eerste klasse, al plaatst hij daar meteen een kanttekening bij. “Het zou natuurlijk mooi zijn om uiteindelijk een stabiele eersteklasser te worden, maar of dat realistisch is, weet ik niet. Belangrijke basisspelers voor ons zijn Arjen Tolman, Henny Bouius en Kees Noordmans. Die jongens zijn respectievelijk 35, 34 en 33. Geweldige spelers, maar ik weet niet hoelang zij nog doorgaan. Hoe gaan we het opvangen als zij straks wel een keer stoppen? Dat is de vraag.”

“De grens van dit team ligt in de eerste klasse”, vervolgt hij. “Om daar ook stabiel te kunnen blijven, moeten de jonge spelers zich blijven ontwikkelen en moet de selectie breed genoeg zijn. We hebben nu een aantal ervaren dragende spelers en het is belangrijk dat andere jongens gaandeweg meer verantwoordelijkheid overnemen. Daar heb ik veel vertrouwen in.”
Toch heeft hij veel geloof in wat er achter die ervaren spelers klaarstaat. “Ik heb veel vertrouwen in de jongens die nu al tegen een basisplek aanzitten en de jeugd die eraan zit te komen. Maar ik vind het lastig om te zeggen of het echt realistisch is om op termijn een stabiele eersteklasser te worden. Dat moet zich echt gaan uitwijzen in de komende jaren.”
Tegelijkertijd zou Boomsma er niet rouwig om zijn als FC Burgum voorlopig in de tweede klasse blijft. “De tweede klasse is ook hartstikke mooi: allemaal Friese ploegen, leuke wedstrijden en ook een prima niveau. En als we dat dan doen met allemaal eigen jongens, is dat ook gewoon goed.”
Op de vraag waar FC Burgum op dit moment thuishoort, is zijn antwoord dan ook genuanceerd. “Ik denk dat we op dit moment terecht in de tweede klasse spelen. Het zou hartstikke mooi zijn om in de toekomst weer op eersteklasseniveau te spelen, maar voor nu zitten we hier op onze plaats.”
Voor Boomsma zelf draait dit seizoen echter om iets anders dan doelpunten of persoonlijke statistieken. De aanvaller heeft de afgelopen jaren een flinke blessuregeschiedenis opgebouwd. “Het klinkt gek, maar sinds een tijdje heb ik de druk er bij mezelf volledig vanaf gehaald. In de afgelopen vijf jaren ben ik helaas meer geblesseerd dan fit geweest en heb ik minder dan de helft van de wedstrijden kunnen spelen. Daardoor begon ik het plezier in het spelletje langzamerhand kwijt te raken.”
Vijf jaar geleden begon de blessureperiode in een oefenwedstrijd tegen Drachtster Boys. “Ik moest aan mijn enkel geopereerd worden, waarna ik het hele seizoen eruit lag. Begin vorig seizoen, vier jaar later, kreeg ik de zoveelste blessure in de eerste bekerwedstrijd, opnieuw tegen Drachtster Boys. Ik stond één minuut in het veld en zou één-op-één met de keeper komen na een steekbal. Op het laatste moment kreeg ik nog een duw van achteren, ik viel verkeerd en mijn schouder ging uit de kom.”
Op dat moment dacht hij serieus aan stoppen. “Er ging door mijn hoofd wat ik in de jaren ervoor al vaker had overwogen: nu stop ik ermee.”

Toch besloot hij door te gaan. “Ik wilde ook niet te snel opgeven. Na een revalidatie van vier maanden mocht ik in januari weer mijn eerste wedstrijd voetballen. Vanaf toen heb ik tegen mezelf gezegd: ik ga gewoon weer lekker voetballen en dan zien we het verder wel.”
Het vertrouwen van trainer Willem van Kammen hielp hem daarbij. “Ik kreeg vanaf het begin het vertrouwen in de basis, waarvoor ik hem nog steeds erg dankbaar ben. Ik heb het plezier in het spelletje teruggevonden en ben er letterlijk en figuurlijk sterker uitgekomen na die schouderblessure. Ik begon steeds weer beter en met meer vertrouwen te voetballen.”
Zijn belangrijkste doel voor dit seizoen is daarom simpel: fit blijven. “Het doel is nu vooral dat vasthouden, fit blijven en nog fitter worden. Ook dat laatste, want ik houd het nog niet altijd 90 minuten vol. Na 60 of 70 minuten schiet de kramp er nog weleens in, net als afgelopen zaterdag.”
Tegen Gorredijk wilde hij ondanks de vermoeidheid nog graag trefzeker zijn. “Ik wilde nog een goal maken, want ik zat er steeds al erg dichtbij. Ik had op de paal geschoten en een goal werd afgekeurd na hands. Dat lukte gelukkig, maar daarna heb ik gelijk om een wissel gevraagd.”
Aan doelpuntenaantallen wil hij zichzelf echter niet langer vastpinnen. “Qua aantal doelpunten en assists leg ik mezelf bewust geen druk meer op. Ik denk dat wanneer ik fit blijf, ik belangrijk ben voor het team als spits. Ballen vasthouden, zo nu en dan diepgaan en lekker veel meevoetballen. Dan komen de doelpunten en assists vanzelf.”
Ook zijn eigen manier van voetballen wil hij vooral blijven koesteren. “Verder wil ik op intuïtie blijven voetballen. Zo nu en dan even een zaalvoetbalactie, dat past bij mij en daar haal ik echt veel plezier uit.”
Binnen de ploeg wil Boomsma daarnaast een voorbeeld zijn voor de jongere spelers. “Ik denk dat ik mijn rol binnen het veld net al voor een groot gedeelte heb genoemd. Maar daarin vergeet ik het stukje verdedigende arbeid. Wij willen de druk vol vooruit houden en het publiek vermaken met aanvallend voetbal. Dat vergt best veel energie, maar dat hebben we met zijn allen voor elkaar over.”
Ook naast zijn eigen prestaties wil hij iets betekenen. “Verder wil ik de andere, jongere jongens helpen, ook als het even tegenzit. Wat ik zelf vooral geleerd heb, is om niet bij de pakken neer te gaan zitten. Dat deed ik vroeger nog weleens snel. Die houding heb ik niet alleen door mijn blessures geleerd. Ook buiten het voetbal heb ik persoonlijk en op werkgebied de nodige pieken en dalen meegemaakt. Daardoor ben ik als mens én als voetballer volwassener geworden.”

Zijn boodschap aan de jongere spelers is dan ook duidelijk. “Niet te lang in teleurstelling blijven hangen. Positief blijven, niet opgeven en vooral vertrouwen in jezelf hebben en plezier hebben. Zowel binnen als buiten het veld is dit erg belangrijk.”
Aan het einde van het seizoen heeft Boomsma een duidelijk beeld van wanneer het geslaagd is. “Ik denk dat wij een geslaagd seizoen hebben als we binnen de top vier eindigen en een periode pakken. En als we die periode pakken, dan gaan we natuurlijk ook vol voor promotie. Maar dat zien we dan wel weer.”
En persoonlijk? “Voor mijzelf is het een geslaagd seizoen als ik deze blessurevrij doorkom, weer standaard 90 minuten kan spelen en belangrijk ben voor het team, op de manier die ik eerder al genoemd heb.”
Na vijf jaar waarin blessures zijn plezier in het voetbal steeds verder onder druk zetten, is dat misschien wel de belangrijkste ambitie van allemaal: weer gewoon voetballen, fit blijven en genieten van het spelletje.








