De discussies over het Nederlands Elftal laaien richting het WK 2026 alweer volop op. Welke spelers verdienen een basisplaats? Speelt Oranje met drie of vier verdedigers? En wie moet de doelpunten gaan maken?
Bij Slotoffensief.nl waren we benieuwd hoe de kenners uit het Friese amateurvoetbal naar deze vraagstukken kijken. Daarom legden we één simpele vraag voor aan vier succesvolle amateurtrainers uit Friesland: wat is jouw ideale opstelling voor het Nederlands Elftal op het WK 2026?
Dat leverde vier verschillende visies op. Van aanvallend en avontuurlijk tot degelijk en resultaatgericht. Eén ding hebben de trainers gemeen: allemaal kijken ze met een scherpe voetbalblik naar de mogelijkheden van Oranje.
Jan Faber (Heerenveense Boys)

Jan Paul van Hecke verdient zijn basisplaats op basis van vorm op premier League niveau. Donyell Malen heeft een hoog rendement in goals per wedstrijd en brengt snelheid en diepgang. Crysencio Summerville Heeft veel dreiging in de één-tegen-één. Summerville is snel, direct, aanvallend gevaarlijk en zorgt voor diepte en creativiteit.
Juryan Dantuma (L.A.C. Frisia 1883)

Vanuit een 1-3-2-3-2 in balbezit en verdedigend een 1-4-4-2, met Dumfries en Van der Ven als backs, biedt deze formatie veel flexibiliteit.
Het grote voordeel is dat je in balbezit op verschillende manieren kunt aanvallen. Tegen ploegen die ver inzakken, kun je eenvoudig doorschuiven naar een 1-3-4-3. Daarbij kunnen beide backs hoog spelen, terwijl Frenkie kan uitzakken in de laatste lijn om de opbouw te ondersteunen. Voorin speel je dan met één diepe spits, met Gakpo en Malen daaronder of eromheen, waardoor je veel beweging en creativiteit rondom de laatste linie creëert.
Tegen sterkere tegenstanders zie ik juist meer waarde in het behouden van de 1-3-2-3-2. Die structuur zorgt voor veel dynamiek, met spelers die ruimtes uitstekend kunnen bespelen en voortdurend positiewisselingen kunnen maken. Daarmee dwing je tegenstanders vaak om één-op-één te verdedigen, terwijl er tegelijkertijd altijd mogelijkheden ontstaan om een vrije middenvelder te vinden. Juist daar, op het middenveld, zit naar mijn mening de meeste voetballende kwaliteit van dit elftal.
Deze formatie biedt daardoor een goede balans tussen controle, dynamiek en aanvallende variatie, afhankelijk van de tegenstander en de fase van de wedstrijd.
Carlo Rietdijk (Drachtster Boys)

Mijn voorkeur gaat uit naar een 1-4-3-3-systeem met de punt naar voren. De belangrijkste reden voor de keuze van deze 11 spelers is de flexibiliteit in mogelijkheden. Met deze elf spelers kan er namelijk eenvoudig worden geschakeld naar een 1-5-3-2-formatie, afhankelijk van de tegenstander of de situatie in de wedstrijd.
In de formatie zoals op de tekening -> 1-4-3-3 spelen de twee controlerende middenvelders ( de 3 middenvelders rouleren steeds van de positie) een cruciale rol. Zij zorgen voor balans tussen aanval en verdediging en vormen ook de basis van de opbouw. Tijdens het opbouwen laat één van de controleurs zich regelmatig uitzakken tussen de twee centrale verdedigers. Hierdoor ontstaat geregeld een opbouw met drie verdedigers, wat meer rust kan geven aan de bal en extra passlijnen en opties creëert naar voren.
Ook wanneer een van de backs hoog op het veld staat of naar binnen beweegt, kan een van de controleurs deze ruimte invullen. Op die manier blijft de restverdediging goed georganiseerd en blijft er altijd voldoende bezetting achter de bal. Deze positiewisselingen maken het mogelijk om tijdens de wedstrijd geregeld van positie of formatie te wisselen.
Wanneer wordt overgeschakeld naar een 1-5-3-2-systeem, schuift Cody Gakpo door naar de nummer 10-positie. Brian Brobbey en Donyell Malen vormen dan samen het spitsenduo. Hierdoor ontstaat meer bezetting in de as van het veld, terwijl de dreiging in de diepte behouden blijft vanuit de as en vanaf de zijkanten. Zoals gezegd speelt een van beide 6 dan dichter of tussen van Dijk en van Hecke in.
In beide systemen wil ik spelen met wingbacks/opkomende backs. Zij zijn belangrijk voor de breedte, diepte en de dynamiek in het aanvalsspel. Wanneer de bal aan één kant van het veld is, komt de buitenspeler aan de balzijde (vaak) naar binnen, en komt de wingback buitenom door. Wat ook kan is dat de back een diepte loopactie door de as maakt. In dat geval blijft de buitenspeler aan de zijkant en de 10 loopt contra weg om ruimte te creëren voor de opkomende back. Door deze beweging ontstaat ruimte aan de balkant voor een medespeler (vaak een van de backs) om op te komen. Tevens kan deze situatie zorgen voor een extra speler op het middenveld, waardoor je gemakkelijker onder druk uit kan voetballen en meer controle en opties(in de as van het veld) krijgt in balbezit. Dit is ook de redenen om met de punt naar voren te spelen. Hierdoor creëer je daar extra ruimte voor spelers om naar binnen te bewegen waar nodig (wanneer je met de punt naar achteren speelt heb je deze ruimte niet of minder onder spits(en)).
Het uitgangspunt van deze speelwijze is dominantie aan de bal, flexibiliteit in de veldbezetting en het creëren van overtal in verschillende zones van het veld. Door in de opbouw af te wisselen tussen een vier en driemansachterhoede binnen zowel 1-4-3-3 als 1-5-3-2, ontstaat een flexibel team dat onder druk van de tegenstander kan variëren zonder de eigen speelprincipes (Hollandsche school) te verliezen.
Pieter Santema (VV Zwaagwesteinde)

Ik heb gekozen voor de 1-4-2-3-1 variant met loopvermogen en diepte van achteruit op de zijkanten. Voorop kies ik zowel voor Depay als voor Malen, omwille van hun scorende vermogen. Op het middenveld kies ik voor de spelers die in de beste vorm verkeren, al twijfel ik nog wel of ze complementair aan elkaar zijn dit toernooi. Dat mogen ze echter gaan bewijzen.







