Yob Bos en Cedric Kloostra zijn op dit moment de twee mannen die bij SV THOR uit Lippenhuizen het makkelijkst het net weten te vinden. De 31-jarige Bos begint aan zijn twaalfde seizoen bij de club en heeft inmiddels een indrukwekkend aantal doelpunten achter zijn naam staan. Kloostra is met acht treffers in zijn eerste vier wedstrijden als vaste waarde bij de eerste selectie uitstekend begonnen. Samen vormen ze een aanval die SV THOR al vroeg in het seizoen vertrouwen geeft. En dat terwijl de selectie uit slechts veertien spelers bestaat.
‘Als we gewoon zo blijven voetballen, dan hebben we echt wel mogelijkheden.’
De uitspraak van Bos en Kloostra past bij de stemming in Lippenhuizen. THOR is het seizoen goed begonnen en verzamelde uit de eerste vier wedstrijden negen punten en staat daarmee op een keurige derde plek in de vijfde klasse A. Toch is er binnen de selectie het gevoel dat er meer mogelijk is.
De nederlaag tegen Terschelling, een ploeg die tot de titelkandidaten wordt gerekend, veranderde daar weinig aan. THOR verloor met 4-3, maar liet zien dat het zich ook tegen een sterke tegenstander staande kan houden.
‘Als je tegen een potentiële titelkandidaat drie keer scoort en het tot het einde spannend houdt, zegt dat wel iets’, vindt Kloostra. ‘Als we dit zo volhouden, staan we echt wel op het podium.’
Van Drachtster Boys naar THOR
Voor Kloostra is het succes voorlopig persoonlijk helemaal opvallend. De 22-jarige aanvaller speelde in zijn jeugd bij Drachtster Boys, maar stopte vervolgens met voetballen. Toen hij weer begon te twijfelen of hij het voetbal wilde oppakken, kwam THOR op zijn pad.
‘Ik dacht er wel weer aan om op voetbal te gaan, maar wist het niet zeker. Misschien zaalvoetbal, iets minder intensief’, vertelt hij. ‘Mijn oom zei toen dat ik bij het tweede kon komen voetballen. Leuke jongens, gezellige club. Dus ik dacht: prima, waarom niet?’
Het bleef niet lang bij het tweede elftal. Omdat daar nauwelijks werd getraind, sloot Kloostra al snel aan bij de trainingen van het eerste. Vervolgens pendelde hij twee seizoenen tussen beide teams.
‘Soms een helft bij het eerste en een helft bij het tweede. Dat heb ik eigenlijk twee seizoenen gedaan. Op een gegeven moment dacht ik: nu ga ik gewoon over naar het eerste. Ik blijf niet heen en weer vliegen. Dit is dus het eerste seizoen dat ik echt vast bij het eerste zit.’
Zijn overstap naar de vaste selectie kon nauwelijks beter beginnen: acht doelpunten in vier wedstrijden.
‘Het begint redelijk lekker, ja’, zegt hij met een glimlach.

‘Zonder Yob scoor ik ze ook niet allemaal’
Een belangrijke reden voor zijn goede start ziet Kloostra in de samenwerking met Bos. De twee staan samen voorin en vullen elkaar aan.
‘Ik en Yob staan samen voorin. Yob houdt de bal wat vast en ik ren erachteraan. De dynamiek is er gewoon wat meer.’
Bos herkent die wisselwerking. ‘Hij is een fantastische voetballer’, zegt hij over zijn jonge aanvalspartner. ‘Hij kwam vanuit het tweede bij ons. Door de omstandigheden hadden we hem nodig en hij heeft het gewoon heel goed opgepakt.’
De cijfers bevestigen dat. Kloostra scoorde acht keer, Bos zes keer. Toch willen beide aanvallers vooral benadrukken dat de doelpunten niet alleen uit individuele kwaliteiten voortkomen.
‘Ik denk ook dat ik zonder Yob die goals niet zo makkelijk maak’, erkent Kloostra. ‘We hebben daarnaast een paar goede middenvelders die goede passes kunnen geven. Remco de Jong, Joeri Arndt, Jesse de Vries. Daardoor krijg je ook de ballen op het juiste moment.’
‘Er staan twee hele snelle jongens naast mij’, legt Bos uit. ‘Dat is een mooie combinatie van snelheid en loopvermogen. Ik kan een bal vasthouden en de andere jongens kunnen erachter komen. Dat werkt op dit moment gewoon goed.’

Bos jaagt op clubrecord
Voor Bos is het twaalfde seizoen bij THOR een bijzondere mijlpaal. De aanvaller kwam ooit via Wispolia bij de club terecht en heeft inmiddels een indrukwekkende productie opgebouwd. Volgens de telling staat hij op ongeveer 169 doelpunten, waarvan 131 voor THOR.
Toch is hij nog niet de topscorer aller tijden van de club. Dat record staat op naam van Remco de Jong, die op 153 doelpunten staat voor THOR
‘Ik heb het twee weken geleden nog opgezocht’, vertelt Bos. ‘Volgens mij zijn het nog twee of drieëntwintig goals.’
De jacht op het clubrecord is dan ook wel degelijk een doel.
‘Eigenlijk wel. Ik vind het gewoon leuk. Ik kan ook goed met Remco, dus dat maakt het extra leuk.’
De recordhouder zal zijn positie echter niet zonder slag of stoot afstaan.
‘Hij laat het niet zomaar gebeuren’, lacht Bos. ‘Hij geeft me straks gewoon geen bal meer.’ De concurrentie binnen de aanval is er, maar wel op een gezonde manier.
‘We pushen elkaar ook. Als Cedric vier keer kan scoren, dan gun ik hem dat. Ik heb liever drie assists en dat we winnen.’
Kloostra knikt. ‘Het belangrijkste vind ik dat we wedstrijden winnen. Wie ze maakt, maakt uiteindelijk niet zoveel uit. Natuurlijk wil je altijd scoren, maar als je met z’n tweeën op de keeper afgaat, moet je elkaar ook gewoon iets gunnen.’
Niet alleen de goals tellen
Dat Bos op jacht is naar het clubrecord betekent niet dat hij voorafgaand aan het seizoen een bepaald aantal doelpunten in zijn hoofd had. Ook Kloostra houdt geen persoonlijk doelpuntenlijstje bij.
‘Ik heb niet zoiets van: zoveel goals wil ik maken’, zegt Kloostra. ‘Als je er een paar scoort, wil je natuurlijk alleen maar meer. Maar het belangrijkste is dat we wedstrijden winnen.’
Voor Bos is fit blijven misschien nog wel belangrijker dan het aantal doelpunten. De 31-jarige aanvaller heeft de afgelopen seizoenen regelmatig met blessures te maken gehad en ligt momenteel opnieuw met rugklachten uit.
‘Ik word wat ouder’, zegt hij nuchter. ‘Nu heb ik eigenlijk elk seizoen wel wat. Dat is lastig. Meestal scoor je aan het begin van het seizoen lekker en dan krijg je een blessure. Vervolgens lig je er een tijdje uit en als je weer voluit gaat, schiet er ergens anders wat in.’
Daar baalt hij van, juist omdat hij weet wat hij kan als hij fit blijft.
‘Als ik altijd fit zou zijn, denk ik dat ik ieder seizoen wel rond de twintig goals kan scoren.’

Veertien spelers en toch ambitie
Het is misschien wel het opvallendste verhaal rond THOR: de ploeg doet het goed, maar heeft nauwelijks ruimte voor tegenslagen. De eerste selectie bestaat uit ongeveer veertien spelers. Bij blessures of afwezigheid moet een beroep worden gedaan op spelers uit het tweede of de jeugd.
‘Voor iedere positie hebben we eigenlijk één speler’, zegt Kloostra. ‘Er zijn een paar jongens die half geblesseerd zijn, dus we hebben niet heel veel keuzes. Als er één of twee belangrijke spelers wegvallen, zie je dat direct terug.’
Dat probleem raakt ook het tweede elftal. Spelers moeten regelmatig doorschuiven naar het eerste, waardoor het tweede vervolgens zelf krap zit.
‘Dat is niet leuk’, zegt Kloostra. ‘Ik heb zelf in het tweede gespeeld en dan kon het vaak niet doorgaan. Daarom heb ik ook gezegd dat ik met beide teams wilde meegaan. Zo probeer je het op te lossen.’
Het is volgens de spelers een herkenbaar probleem voor een kleine dorpsclub. Tegelijkertijd zien ze ook genoeg positieve ontwikkelingen. De jeugd blijft belangrijk en in de omgeving zijn clubs die juist groeien.
‘Als je een seizoen als dit goed doorkomt en we spelen goed voetbal, dan kun je dat alleen maar als leermoment zien’, vindt Kloostra. ‘Als er later jongens bijkomen, heb je misschien ineens een selectie waarvan je denkt: nu gaan we ervoor.’

‘De derde helft ga je nergens beter vinden’
Wie THOR alleen als een kleine voetbalvereniging met één kunstgrasveld ziet, mist volgens beide aanvallers een belangrijk deel van het verhaal. Het moderne complex in Lippenhuizen vormt het hart van het dorp en huisvest naast de voetbalclub ook onder meer het dorpshuis en basisschool De Flecht. Maar uiteindelijk draait het bij THOR vooral om de mensen.
‘Het is een hele hechte club’, zegt Bos. ‘Iedereen kent elkaar. Er zijn veel vrijwilligers die altijd klaarstaan. Je weet eigenlijk niet beter.’
Kloostra, die pas enkele jaren bij de club voetbalt, ervaart hetzelfde.
‘Je hebt hier een beetje het gevoel dat je in een vriendenteam voetbalt. Iedereen kan goed met elkaar. Alles is goed, leuk en gezellig. En de derde helft ga je nergens beter vinden.’
Bos lacht. ‘Dat is ook een belangrijke reden om door te gaan.’
Want hoewel zijn lichaam hem steeds wat vaker tot nadenken dwingt, blijft het plezier groot.
‘Ik vind het nog steeds leuk met die jongere jongens. Dat geeft ook weer energie. En het biertje na de tijd natuurlijk.’
Een leidersrol claimt Bos ondertussen niet. ‘Ik ben niet echt de soort aanvoerder. Ik loop zelf ook nog genoeg kantjes eraf.’
Toch blijkt uit het gesprek dat zijn rol binnen de groep groter is dan hij zelf misschien wil toegeven. Kloostra: ‘Als er iets is, zou ik eerder naar Yob gaan dan naar iemand die net komt kijken. Je trekt toch sneller naar iemand toe die wat ouder is en al langer bij de club zit.’
Zondag is nog altijd voetbaldag
Dat THOR op zondag voetbalt, is voor beide spelers vanzelfsprekend. In een tijd waarin steeds meer Friese clubs overstappen naar het zaterdagvoetbal, blijft in deze regio de zondag stevig overeind.
‘Ik zou niet snel op zaterdag willen voetballen’, zegt Kloostra. ‘Het is echt een zondagvoetbaldag. Daar kijk ik altijd naar uit.’
Bos is het daarmee eens. ‘Misschien omdat het zo ingesleten is. Je weet niet beter.’
De derby’s in de omgeving versterken dat gevoel. Tegen Wispolia zijn de wedstrijden altijd beladen, weten de twee. Spannend, soms hard en onvoorspelbaar.
‘Die derby wil je gewoon winnen’, zegt Kloostra. ‘En je kunt er op de fiets naartoe. Dat maakt het na afloop alleen maar gezelliger.’
Top vijf en fit blijven
Wanneer is het seizoen voor de twee aanvallers geslaagd? Een persoonlijk doelpuntenrecord blijkt niet het belangrijkste criterium. Het antwoord komt snel.
‘Gewoon top vijf’, zegt Kloostra.
Bos vult aan: ‘En compleet. Met z’n allen fit blijven.’
Want ondanks de smalle selectie is er vertrouwen. Het elftal heeft een goede start achter de rug, de aanval produceert en de ploeg heeft al laten zien dat het ook tegen een titelkandidaat mee kan.
‘Als je aan het einde van het seizoen kunt zeggen dat je de wedstrijden hebt gewonnen die je wilde winnen en dat iedereen er met een goed gevoel op terugkijkt, dan is het geslaagd’, zegt Kloostra.








