Zondag 1 maart. Half één.
De zon hing boven het veld alsof ze persoonlijk had besloten VWC te belonen. Vijftien graden. Een lichte bries. Het soort middag waarop excuses verdampen en alleen voetbal overblijft.
De vaste reporter ontbrak, maar het verhaal schreef zichzelf.
In het programmaboekje stond dat VWC het van hard werken moest hebben. Maar onder een staalblauwe hemel openbaarde zich een andere waarheid: dit elftal herbergt zestien mooi-weer voetballers. En vandaag was dat geen verwijt — het was een wapen.
Drie afwezigen verkozen de bergen boven het gras — Jesse, Jordi en leider Allan op hoogtestage in Oostenrijk. Geen probleem. VWC ademt diepte. Lars de Vries, twee meter pure aanwezigheid, hanteerde de vlag alsof hij het luchtruim zelf controleerde. Baas en Hendrik namen de leiding over. Gerrit verzorgde en tapete alsof hij krijgers voorbereidde op de strijd. Het plan? Dat kwam uit het brein van Bert Boddema.
De opstelling stond als een belofte.
Voorin Marcel en Hidde — arbeid en instinct.
Daarachter Onne, altijd spelend op het randje van genialiteit en ondeugd.
Op het middenveld Harm, Hoen en Herbert — balans, energie en leiding.
Achterin Broek, Sjoerd, Max en Jorn — het fundament.
En achter hen Kevin, bewaker van alles wat heilig is.
Vooraf klonk het simpel: “Het eerste duel moet gewonnen worden.”
Binnen minuten was het eerste duel gespeeld — en de eerste kaart getrokken. Robin van de Broek tekende het eerste hoofdstuk in het geel.
Onne testte vervolgens de humorgrens van de scheidsrechter. Geel voor praten. De zon scheen, maar de kaarten vlogen.
En Hidde — na vijftien waarschuwingen — kon het niet laten de bal nog eens weg te trappen bij een vrije trap. De KNVB wrijft zich ongetwijfeld tevreden in de handen. Administratief succes.
Maar toen sprak het voetbal.
De 1-0.
Hidde. Een rush van dertig meter. De bal kreeg hij cadeau van de laatste man van De Blesse, maar cadeaus moet je nog steeds uitpakken. Dat deed hij met overtuiging.
De 2-0.
Max Hoen, hoog boven alles en iedereen. Een kopbal met gezag.
Maar vergeet niet de architect: Marcel Jonkman. Zonder assist geen goal. Hij maakte oorlog voorin en oogstte respect.
De 3-0.
Onne, van buiten de zestien. Een schot dat geen toestemming vroeg. Onhoudbaar. De assist kwam van Romec, de ambitie van binnenuit. Hij blijft in het spoor van zijn collega-doelpuntenmaker en idool: Hidde.
Maar deze overwinning werd niet alleen voorin geschreven.
Op de flanken speelden Jorn en Max hun eigen wedstrijd.
Max, de onvermoeibare rechtsback — je kwam hem minimaal drie keer per aanval tegen. Alsof hij zich had gekloond onder de lentezon. Overlap na overlap, energie zonder einde.
En aan de andere kant Jorn — kalm, beheerst, verfijnd. Hij strooide met fijne passes alsof hij het veld persoonlijk wilde inrichten. Elke bal een idee. Elke pass een belofte.
Op het middenveld vocht Harm zijn strijd. Een bloedneus? Slechts een detail. Hij veegde het weg en voltooide een geweldige wedstrijd. Goede ballen, slimme keuzes, en een werklust waar een arbeider jaloers op zou zijn.
En daar klonk de stem van El Capitano — Herbert.
Hij coachte, dirigeerde, stuurde. Hij zag het spel voordat het zich ontvouwde. Een leider die niet schreeuwt om gehoord te worden, maar spreekt en gevolgd wordt.
Achter hen het slot op de deur.
Sjoerd — heerser in het luchtruim. Elke hoge bal was zijn territorium.
Broek — belangrijk op de vloer. Strak in de duels, koel in de opbouw. Waar anderen gleden, bleef hij staan.
Kevin completeerde het geheel. Dominant bij corners en lange ballen. Zijn zestien was geen gebied, het was een domein.
3-0.
Een teamprestatie onder een stralende hemel.
Na het laatste fluitsignaal werd het moment vereeuwigd: een foto bij het scorebord. Een krat bier in de kleedkamer. Tradities zijn heilig.
Snel douchen. Luchtje op. Haren in model.
En toen de laatste instructies vanuit de technische staf:
“Veel bier drinken. En zo weinig mogelijk zinnige dingen uitspreken.”
Ook dat werd professioneel uitgevoerd.
Onder een zonovergoten hemel bewees VWC dat hard werken en mooi weer geen tegenpolen zijn.
Ze smolten niet in de warmte.
Ze schitterden erin.
Een heerlijke overwinning.








