Twee kampioenschappen, twee clubs, één naam die ze met elkaar verbindt. De wedstrijd tussen HSC Lions’66 en SSS’68 Marsum krijgt daarmee een bijzonder randje. Jorn Welles speelde bij beide ploegen een rol in succesvolle seizoenen en liet op twee verschillende momenten zien wat hij waard is. Bij HSC Lions’66 brak hij door in het seniorenvoetbal en bekroonde hij het seizoen 2014-2015 met de titel in de 5e klasse. Jaren later volgde een vergelijkbaar succes bij SSS’68 Marsum, waar hij in 2023-2024 opnieuw kampioen werd en zijn palmares verder uitbreidde.
Vandaag staan die twee kampioensploegen uit zijn carrière tegenover elkaar. HSC Lions’66 strijdend voor de titel en SSS’68 Marsum voor lijfsbehoud. Welles zelf is er helaas niet bij. Door de vorst in Nederland werd de wedstrijd eerder afgelast en later opnieuw ingepland, precies in een periode waarin hij al andere plannen had. Hij verblijft momenteel in Valencia, waar hij samen is met een groep vrienden uit zijn jeugd, met wie hij, op één na, ook allemaal bij SSS’68 heeft gespeeld. “Die trip stond al lang vast,” vertelt hij. “We hadden nooit verwacht dat deze wedstrijd juist nu gespeeld zou worden. Natuurlijk had ik er graag bij willen zijn, maar dit is ook mooi. Uiteindelijk draait het om samen zijn.” Jorn Welles begon zijn voetbalcarrière bij L.A.C. Frisia 1883 en keepte later onder meer bij HSC Lions’66, Nicator en SSS’68 uit Marsum.

Van L.A.C. Frisia 1883 naar HSC Lions’66
“Bij Frisia ben ik natuurlijk begonnen,” vertelt Welles. “Ik heb daar in de jeugd gespeeld en onder andere in de C1 en A1 gezeten. In mijn laatste jaar kwam ik ook al uit in het tweede elftal op zondag. Dat vond ik leuk, maar die uitwedstrijden op zondagochtend waren niet helemaal mijn ding.” De ambitie groeide om op een hoger niveau te spelen. “Ik wilde graag naar een eerste elftal, het liefst op zaterdagmiddag. Toen ben ik benaderd om naar Lions’66 te gaan. Op mijn achttiende maakte ik die overstap, terwijl ik eigenlijk nog een junior was.” Die stap was spannend, maar voelde ook vertrouwd. “Er gingen meerdere jongens mee die ik al kende. Daardoor zat je toch een beetje in hetzelfde schuitje. Dat maakte het makkelijker. Bovendien werd ik heel goed ontvangen.”

Mooie jaren en een kampioenschap
Welles speelde drie seizoenen bij Lions’66 en kijkt daar met een goed gevoel op terug. “Het eerste seizoen zaten we in de middenmoot. Toen heeft de trainer echt ingezet op teambuilding. Dat was een heel leuk en gezellig jaar.” Het absolute hoogtepunt volgde een seizoen later. “Dat kampioenschap springt er natuurlijk uit. Maar vooral die beslissende wedstrijd blijft me bij. Het werd 1-1 en in het laatste kwartier groeide ik echt in de wedstrijd. Ik pakte een paar belangrijke ballen en kon zo mijn steentje bijdragen aan het kampioenschap. Dat was mijn mooiste moment daar.” Ook nu heeft hij nog warme gevoelens bij de club. “Als ik daar kom, voelt het nog steeds als thuiskomen. Zeker als je oude bekenden weer ziet. Dat blijft bijzonder, ook al is het inmiddels tien jaar geleden.”
Terug naar het zondagvoetbal: Nicator
Na drie seizoenen maakte Welles de overstap naar Nicator. “Ik kreeg daar de kans om in de derde klasse te spelen en was nog ambitieus. Dus die keuze was logisch. Het was wel weer wennen om op zondag te spelen.” Zijn eerste seizoen verliep goed.
“We hadden een echte Leeuwarder ploeg en wisten ons prima te handhaven. Dat was een mooi jaar.” Het tweede seizoen voelde anders. “Er waren veel wisselingen in het team en de staf. Daardoor voelde ik me minder thuis. Niet negatief, maar het was gewoon anders.”

Spelen met vrienden bij SSS’68
De stap naar SSS’68 bracht hem weer dichter bij waar het voor hem echt om draait. “Daar speelde ik met veel vrienden. Dat maakt het gewoon geweldig. Je ziet elkaar meerdere keren per week en beleeft alles samen.” Sportief kende hij daar ook successen. “We hebben twee keer de nacompetitie gehaald en uiteindelijk ook het kampioenschap gepakt. Drie keer scheepsrecht.” Toch zit zijn mooiste moment ergens anders. “Die eerste nacompetitie was bijzonder. We gingen met een bus vol supporters naar een uitwedstrijd. Niemand had verwacht dat we het zo ver zouden schoppen. Dat maakte het speciaal.” Ook individueel beleefde hij hoogtepunten. “Een wedstrijd tegen Tijnje staat me nog bij, waarin ik in de laatste minuut een bal onder de lat vandaan haalde. En in de nacompetitie hield ik ons in een andere wedstrijd op de been, waardoor we de finale haalden. Dat soort momenten blijven hangen.”
“Kleine clubs hebben het steeds lastiger. Er is een tekort aan vrijwilligers en mensen verwachten veel, maar willen niet altijd bijdragen. Dat maakt het ingewikkeld.”
Zorgen om het amateurvoetbal
Welles maakt zich ook zorgen over de toekomst van het amateurvoetbal.
“De charme zit juist in die kleine clubs in wijken en dorpen. Dat je derby’s speelt en na afloop samen een biertje drinkt. Ik hoop dat dat blijft bestaan.” Volgens hem staat dat onder druk. “Kleine clubs hebben het steeds lastiger. Er is een tekort aan vrijwilligers en mensen verwachten veel, maar willen niet altijd bijdragen. Dat maakt het ingewikkeld.” Ook het verdwijnen van het zondagvoetbal vindt hij jammer. “Zaterdag heeft mijn voorkeur, maar het was juist mooi dat beide er waren. Dan kon je ook bij elkaar kijken. Dat mis je nu.”
Hoe lang gaat hij nog door?
Over zijn toekomst is Welles realistisch. “Ik kijk het per jaar. Het plezier moet er nog steeds zijn, maar je krijgt ook andere verantwoordelijkheden.” Een langer verblijf bij zijn huidige club ligt voor de hand, maar hij sluit niets uit. “Als het niet meer lukt in een eerste elftal, zou ik het ook mooi vinden om met vrienden in een lager team te spelen. Gewoon lekker voetballen zonder druk.” Want uiteindelijk is dat waar het om draait. “Het plezier weegt steeds zwaarder. En vooral: dat je het samen met vrienden kunt doen.”








