Justin Rienks is bezig aan zijn eerste – en voorlopig laatste – seizoen als hoofdtrainer van LSC 1890. Na jarenlang als assistent-trainer actief te zijn geweest bij verschillende Friese clubs, maakte hij bewust de stap naar het hoofdtrainerschap. In een uitgebreid gesprek blikt Rienks terug op zijn ontwikkeling, zijn visie op het trainersvak en zijn tijd bij LSC 1890, maar kijkt hij ook vooruit naar wat komen gaat.
Van assistent naar hoofdtrainer
Rienks kijkt met veel plezier terug op zijn jaren als assistent-trainer bij onder andere Sneek Wit Zwart, Workum en Zeerobben. “Door met verschillende trainers en bij meerdere clubs te werken, krijg je een bredere kijk op het vak. Je leert niet alleen over speelwijzen en talentontwikkeling, maar ook over hoe een club als geheel functioneert,” vertelt hij. Die periode hielp hem vooral ontdekken wie hij zelf is als trainer. “En dat is cruciaal.”
De stap naar hoofdtrainer voelde dan ook logisch. Tijdens zijn assistentschappen kreeg hij bewust de ruimte om trainingen te leiden en wedstrijden te coachen, onder andere bij onder 23-teams. “Daar kreeg ik de bevestiging dat ik het in de vingers had én dat ik er veel plezier uit haalde. Dan moet je je ambities najagen.” Wennen aan de rol hoefde hij nauwelijks. “De overgang is heel natuurlijk gegaan.”
Tegelijkertijd benadrukt Rienks hoe belangrijk de rol van assistent-trainer is. “Die rol wordt vaak onderschat in het amateurvoetbal. Het is echt een vak apart.” Hij pleit zelfs voor een aparte leerlijn bij de KNVB. “Vier ogen zien meer dan twee, je kunt een verbindende schakel zijn tussen spelers en hoofdtrainer, variatie bieden tijdens trainingen en extra tijd besteden aan individuele ontwikkeling, kortom je kunt als assistent enorm veel waarde toevoegen.”

Verschillende clubs en culturen
De ervaringen bij zijn eerdere clubs neemt Rienks mee. “Iedere club is uniek. Uiteindelijk maken de mensen het verschil.” Bij clubs als Workum en Zeerobben zag hij hoe vanuit een stabiele bestuurlijke basis en gerichte aanpak structureel stappen werden gezet in het niveau van zowel de jeugdopleiding als het 1e elftal. “Dat zijn ervaringen die je probeert over te dragen.”
LSC 1890 noemt hij een heel andere uitdaging. “Een grote, historische stadsclub met een van de grootste ledenaantallen van Friesland, in een stad waar meerdere clubs van formaat actief zijn.” De club bevindt zich volgens hem in een opbouwfase. “Als zondagclub instromen in het weekendvoetbal en met de jeugd weer structureel hogerop spelen. Dat is een mooie uitdaging om als hoofdtrainer een steentje aan bij te dragen.”

Visie op coachen en leidinggeven
Rienks omschrijft zichzelf als een trainer die staat voor duidelijkheid, transparantie en positief realisme. “Ik wil een veilige omgeving creëren waarin plezier, ontwikkelen en presteren samengaan.” Als hoofdtrainer draagt hij de eindverantwoordelijkheid, maar verwacht hij ook betrokkenheid en verantwoordelijkheid van stafleden en spelers. “Met elkaar zijn we LSC 1890 1.Wat zijn onze normen? Wat is ons plan? Daar maken we samen afspraken over. Dat is de basis om vervolgens op te coachen, corrigeren en ook te complimenteren. Niet alleen door mij, maar juist ook door spelers onderling.”
Opvallend is zijn manier van coachen langs de lijn. “Benoemen wat fout gaat is vaak makkelijker dan zien wat goed gaat. Ik wil uitblinken in dat laatste.” Volgens Rienks los je fouten niet op door ze tijdens de wedstrijd continu te benoemen. “De echte invloed zit in de trainingen, wedstrijdbesprekingen en individuele gesprekken die volgen.”
Van speler naar trainer
De overgang van speler naar trainer kwam voor Rienks te vroeg. Op 29-jarige leeftijd moest hij stoppen door aanhoudend blessureleed. “Dat was in de coronaperiode, een gek moment om te moeten stoppen.” Toch bleef hij betrokken bij het team en startte hij direct met de UEFA C-opleiding.
Op zijn spelerscarrière kijkt hij met gemengde gevoelens terug. “Vooral met teleurstelling en frustratie.” Een zware blessure op jonge leeftijd werd verkeerd ingeschat en had langdurige gevolgen. “Ik was geen toptalent, maar had wel kwaliteiten waarmee ik graag langer op een leuk niveau had gespeeld.” Desondanks bewaart hij goede herinneringen aan de opmars van Sneek Wit Zwart in het zaterdagvoetbal met een hecht vriendenteam.

Prestaties en ambities met LSC 1890
Met een vierde plaats op de ranglijst staat LSC 1890 stevig in de subtop. Toch is Rienks kritisch. “We hebben minder punten dan we op basis van het spelbeeld verdiend hebben.” Het rendement ligt volgens hem te laag en het aantal tegengoals te hoog. “We zijn wisselvalliger dan de drie ploegen boven ons, en dan sta je terecht vierde.”
Voor de tweede periode zijn de doelen duidelijk. “De ondergrens moet omhoog.” Lukt dat, dan ziet hij kansen op een periodetitel en nacompetitie. Daarnaast voelt hij de verantwoordelijkheid om de groep voor te bereiden op de zwaardere weekendcompetitie van volgend jaar en talenten verder te ontwikkelen.
Uitdagingen en afscheid
De grootste uitdaging van dit moment is volgens Rienks het winterweer. “Ik heb me soms meer meteoroloog en planner gevoeld dan trainer.” Hij is kritisch op de huidige speeldagenkalender en pleit voor een andere competitie-indeling met een langere winterstop en meer competitievoetbal in mei, juni en september. “Fysiologisch is de situatie van de afgelopen weken onverantwoord en het leidt tot competitievervalsing.”
Dat hij na dit seizoen stopt als hoofdtrainer, is een beslissing die hem zwaar valt. “Een besluit met pijn in m’n buik.” Veranderingen op werk- en privégebied maken het onmogelijk om de benodigde tijd en flexibiliteit te blijven leveren. “Dan moet je eerlijk zijn naar jezelf, de club en de spelersgroep.”
Blik op de toekomst
Voorlopig ligt de focus op het goed afronden van het seizoen en op zaken buiten het voetbal. Toch sluit Rienks een terugkeer niet uit. “Met de passie die ik heb voor het spelletje en het trainersvak, is de kans groot dat ik in welke vorm dan ook weer terugkeer.” Ondertussen geniet hij van zijn rol bij het JO8-team van zijn zoon. “Die gasten van 7 en 8 jaar plezier en structuur bieden is iedere week weer een feestje.”
Advies aan jonge trainers
Rienks heeft een duidelijke boodschap voor beginnende trainers: “Vind een plek waar je écht de ruimte krijgt om te ontdekken wie jij bent als trainer.” Authenticiteit staat voorop. “Niet kopiëren wat een ander doet, maar je eigen visie ontwikkelen. Dat is je grootste kracht en de enige manier om het beste uit jezelf te halen.”








