Dit artikel is geschreven door de redactie van slotoffensief.limbointernational.dev/.
Stipt om 19.00 uur lopen we het Zuidersportpark van ONS Sneek op. Verscholen achter een aantal bedrijven zien we vanaf de rotonde de lichten van het complex al branden. Nadat we zijn gearriveerd, maken we een rondje om de club, en enkele minuten later schudden we de hand van onze hoofdpersoon van vanavond: Lucas Bijker. Een in Friesland bekende voetballer. Lucas speelde in de jeugd van SC Cambuur, maakte daar zijn debuut en kwam uit in zowel de Jupiler League (nu de Keuken Kampioen Divisie) als de Eredivisie, waarna hij de overstap maakte naar SC Heerenveen. Nu, jaren later, is de goedlachse Bijker neergestreken bij ONS Sneek. Maar wat gebeurde er in de tussentijd? Hoe waren zijn buitenlandse avonturen? En hoe kwam hij uiteindelijk hier terecht?
“In mijn tweede jaar bij SC Heerenveen heb ik met de club gesproken over een contractverlenging,” begint Lucas. “In principe was alles rond en ik kon voor twee jaar bijtekenen. Onze oudste zoon was net een half jaar oud, en toen kwam het besef dat ik misschien wel eens in het buitenland wilde voetballen. Dat is altijd een droom van mij geweest. Ik dacht: nú is het moment.”
Hij legde het voor aan de toenmalige technisch manager Gerry Hamstra, die hem alle ruimte gaf. “Hij begreep me wel,” vertelt Lucas. Toch bleef er twijfel: familie woonde dichtbij, er was net een nieuwbouwhuis gekocht, en voor beide sets grootouders was het hun eerste kleinkind. “Ik wist wel dat ik heel graag naar Zuid-Europa wilde. En in zo’n transferzomer komt werkelijk alles voorbij. Je wordt gek gemaakt en maakt jezelf ook gek. Er zaten dingen tussen die ik absoluut wilde, maar die op het laatste moment niet doorgingen. Dat is balen.”
Een voorbeeld: een Turkse club waarbij alles rond leek. “Alles stond op papier, maar toen ging er ineens een vriend van de president zich ermee bemoeien. Een kwart van het salaris ging eraf en de transfer ging niet door.”

Op dat moment meldde Cádiz CF zich. “Toen zei ik meteen: daar wil ik heen. Ik heb daar echt een fantastisch jaar gehad.” Maar halverwege dat eerste seizoen bleek dat zijn vrouw in verwachting was, van een drieling. “Toen moest ik bij de club aankloppen: ik heb hier nog twee jaar contract en het geweldig naar mijn zin, maar willen jullie me alsjeblieft laten gaan? We wilden graag weer in of dichtbij Nederland wonen.”
KV Mechelen kwam al snel in beeld. De club was net gedegradeerd. “Dat zag ik eerst niet zitten, omdat ze op het tweede niveau gingen spelen. Maar ik ben toch in gesprek gegaan. Ze deden me een goede aanbieding, en toen dacht ik: niet te lang nadenken, gewoon doen.” Het gezin vestigde zich in Breda, op een krap uur rijden van Mechelen. “In de file staan kreeg daar een nieuwe dimensie, vooral door de ring rond Antwerpen,” grinnikt hij. Maar de Belgische jaren bleken fantastisch. “Mijn eerste seizoen was geweldig. We wonnen denk ik 90% van de wedstrijden en bereikten zelfs de bekerfinale, die we óók nog wonnen. Uniek.”
Uiteindelijk bleef hij vijf jaar. “De kinderen zijn daar geboren en alles was eindelijk stabiel. Dat was heel fijn.” De beker leverde een ticket voor de Europa League op, maar door een omkoopschandaal moest Mechelen die plek afstaan. “We wilden heel graag promoveren, dus dat had prioriteit.”
De tijd bij KV Mechelen noemt Lucas “echt fantastisch”. “We hadden drie, vier jaar een vaste ploeg. Het was een feestje om elke dag op de club te komen.”
Maar aan het einde van zijn vierde jaar liep hij een ernstige blessure op. “Ik kwam veel te vroeg terug omdat ik me wilde bewijzen. Daarna rolde ik van blessure in blessure en ben ik dat jaar nooit meer de oude geworden.” Zijn contract werd niet verlengd en hij besloot nog één avontuur te zoeken. “Nederland of België zagen we niet meer zitten. Dat blijft hetzelfde patroon. Toen kwamen er dingen op Cyprus voorbij. Daar had ik nooit aan gedacht.” Na navraag, onder andere bij een assistent-trainer met ervaring in Cyprus, werd hem aangeraden het avontuur aan te gaan.
“Ik speelde bij Ethnikos Achna. Qua avontuur heb ik het fantastisch gehad. Maar het niveauverschil was groot. Je hebt tien clubs waar het prima is, maar daaronder is het niets.” Hij maakte bizarre situaties mee in de play-offs. Clubs die al zeker waren van degradatie, stelden opeens meer Cypriotische spelers op vanwege extra tv-geld. “Die jongens werden soms na drie minuten alweer gewisseld. En soms dacht ik echt dat wedstrijden waren omgekocht: een club stond 5-1 voor bij rust en verloor met 6-5.”
Ook dagelijkse zaken in het buitenland werkten anders dan in Nederland. “In Spanje moesten we vier tot zes weken wachten op tv- en internetaansluiting. Heel normaal daar. En bij Cádiz kreeg ik de eerste maand te weinig salaris. Bleek dat ze daar eens in de drie maanden een extra deel uitbetalen. Dat vertellen ze dan niet vooraf.” Lachend: “In Nederland had je spelers die bij één euro te weinig al naar de technisch directeur renden.”
Na het avontuur op Cyprus besloot het gezin terug te keren naar Nederland. De kinderen kwamen op een leeftijd dat groep 3 in zicht kwam. Lucas trainde vanaf oktober/november regelmatig mee bij de beloften van SC Heerenveen. “Dat was echt leuk. Ik merkte dat ik het nog in me had.” Maar ook dat hij de vrijheid waardeerde die hij nu had.
Afgelopen zomer belde zijn zaakwaarnemer: RKC Waalwijk zocht een linksback. “Ik ging een week meetrainen, dat werden twee weken. Ik zag het niet zitten om daar een jaar alleen heen te gaan, dus we hebben gekeken of we allemaal konden verhuizen. De voorwaarden waren uiteindelijk niet goed genoeg.”

Lucas wachtte tot augustus af. “Ik dacht: misschien komt er nog iets. Maar ik ging niet meer actief zoeken.” In een aflevering van Sportcast van Omroep Fryslân deed hij zijn verhaal, en even later ging de telefoon: ONS Sneek.
“Ik had eerder al contact gehad met Leo de Wagt. Toen vond ik het nog te vroeg, maar nu wilde ik wel praten.” Hij wilde graag blijven voetballen, maar ook op zaterdagochtend langs de lijn staan bij zijn zoons. “Dat is me veel waard. Bij ONS Sneek komt dat mooi samen.”
En dat bevalt uitstekend. “We hebben een leuke, jonge groep. Ik sta centraal achterin. Ik merk dat ik een dagje ouder word, maar ik kan het nu goed overzien en leiding nemen. ONS Sneek heeft een mooie visie. Veel jongens komen uit de eigen jeugd, bijna allemaal Friezen, en we kunnen echt leuk voetballen. Alleen het scorend vermogen ontbreekt soms nog.”








